Wat leert de Bijbel werkelijk over eeuwige zekerheid,
volharding en afval van het geloof?
Samenvatting (2–3 minuten leestijd)
De vraag “Eens gered, altijd gered?” behoort tot de meest besproken onderwerpen binnen het christendom. Door de eeuwen heen hebben oprechte gelovigen hierover verschillende conclusies getrokken. Sommigen geloven dat iemand die eenmaal werkelijk door God is gered, nooit meer verloren kan gaan. Anderen leren dat een gelovige zijn redding alsnog kan verliezen wanneer hij zich van God afkeert. Beide standpunten beroepen zich op de Bijbel.
De ene wijst op de woorden van Heer Yeshua:
“Niemand zal hen uit Mijn hand rukken.”
Johannes 10:28
De andere wijst op Zijn even duidelijke oproep:
“Blijf in Mij.”
Johannes 15:4
Paulus schrijft:
“Niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God.”
Romeinen 8:39
Maar dezelfde Paulus schrijft ook:
“Als u in Zijn goedertierenheid blijft…”
Romeinen 11:22
De schrijver van de Hebreeënbrief waarschuwt:
“Zie erop toe, broeders…”
Hebreeën 3:12
En opnieuw:
“Want als wij moedwillig blijven zondigen…”
Hebreeën 10:26
“Eens gered, altijd gered.” Voor velen is dit een vanzelfsprekende waarheid. Anderen wijzen juist op Bijbelgedeelten die lijken te leren dat een gelovige alsnog verloren kan gaan. Welke visie doet werkelijk recht aan de Schrift?
In deze uitgebreide studie onderzoeken wij niet wat een kerk, geloofsrichting of theologisch systeem leert, maar wat de Bijbel zelf zegt. De belangrijkste gedeelten worden zorgvuldig in hun context onderzocht, waaronder Johannes 10, Johannes 15, Romeinen 8, Romeinen 11, Hebreeën 3, Hebreeën 6 en Hebreeën 10.
Tijdens dit onderzoek blijkt dat de Bijbel twee waarheden tegelijkertijd leert.
Aan de ene kant geeft God krachtige beloften. Heer Yeshua verklaart dat niemand Zijn schapen uit Zijn hand kan rukken. Paulus schrijft dat niets ons kan scheiden van de liefde van God. Redding is volledig Gods genade en rust op het volmaakte offer van Heer Yeshua, niet op menselijke prestaties.
Aan de andere kant bevat dezelfde Bijbel ernstige waarschuwingen. Gelovigen worden opgeroepen om in Heer Yeshua te blijven, te volharden in het geloof, waakzaam te zijn en hun hart niet te verharden. Deze waarschuwingen mogen niet worden genegeerd of afgezwakt. Zij zijn een wezenlijk onderdeel van Gods Woord.
Deze studie laat zien dat Gods beloften en Gods waarschuwingen elkaar niet tegenspreken. Gods trouw heft onze verantwoordelijkheid niet op, en onze verantwoordelijkheid maakt Gods trouw niet ongedaan. De waarschuwingen zijn geen bewijs dat Gods beloften onzeker zijn, maar middelen waardoor God Zijn kinderen oproept om dicht bij Hem te blijven.
Ook wordt duidelijk dat de Bijbel onderscheid maakt tussen een gelovige die struikelt en een mens die Heer Yeshua bewust en blijvend verwerpt. David, Petrus en andere gelovigen vielen diep, maar keerden in berouw terug. De Hebreeënbrief spreekt echter over een bewuste afval van de Messias, niet over een gelovige die worstelt met zonde en terugkeert tot God.
Het antwoord op de vraag: “Eens gered, altijd gered?”
Na het volledige Bijbelse onderzoek luidt de conclusie:
Ja, Gods kinderen zijn veilig in Gods hand. Geen mens, geen demon en geen macht kan hen van Gods liefde scheiden of hen uit Zijn hand roven. Maar de Bijbel leert niet dat een christen daarna zorgeloos kan leven alsof geloof, gehoorzaamheid en volharding er niet meer toe doen. Werkelijk geloof blijft verbonden met Heer Yeshua, luistert naar Zijn stem, volhardt tot het einde EN ..
LEEF NAAR ZIJN GEBODEN NIET ONDER DE GEBODEN.
De Bijbel geeft daarom geen goedkope zekerheid, maar ook geen leven in voortdurende angst.
God bewaart Zijn kinderen, en Zijn kinderen blijven in Hem.
In de volgende hoofdstukken onderzoeken wij stap voor stap hoe de Bijbel tot deze conclusie komt en waarom juist het evenwicht tussen Gods beloften en Gods waarschuwingen de rijkdom van het Evangelie zichtbaar maakt.
Gods beloften en Gods waarschuwingen spreken elkaar niet tegen.
Samen vormen zij het volledige getuigenis van Gods Woord.
Belangrijkste conclusies Na de Studie:
- Redding is volledig Gods genade en nooit een menselijke prestatie.
- Het offer van Heer Yeshua is volmaakt en volledig, voeg er zelf niets aan toe.
- Geen mens, demon of macht kan Gods kinderen uit Zijn hand roven.
- De Bijbel roept gelovigen tegelijkertijd op om te blijven IN Heer Yeshua.
- Volharding verdient de redding niet, maar behoort bij een levend geloof naar het voorbeeld van Yeshua.
- Gods waarschuwingen zijn echte waarschuwingen en mogen niet worden afgezwakt, leef naar de wet en niet onder wet.
- Gods beloften zijn echte beloften en mogen evenmin worden verzwakt.
- De Bijbel leert geen goedkope zekerheid, maar ook geen leven in voortdurende angst, je bent waarlijk vrij gemaakt van zonde en dood.
- De zekerheid van de gelovige rust uiteindelijk op Gods trouw, Hij verlaat je nimmer meer.
- De Bijbel roept iedere gelovige op om dagelijks dicht bij Heer Yeshua te blijven.
God bewaart Zijn kinderen.
Zijn kinderen blijven in Hem.
DIEPGAANDE BIJBELSTUDIE.
Inhoudsopgave
- Inleiding
- Wat is redding?
- Wat is eeuwig leven?
- De twee uitersten
- Johannes 10 — Niemand zal hen uit Mijn hand rukken
- Romeinen 8 — Kan iets ons scheiden van Gods liefde?
- Romeinen 11 — Blijf in Zijn goedertierenheid
- Johannes 15 — Blijf in Mij
- Hebreeën 3 — Zie erop toe, broeders
- Hebreeën 6 — De ernstige waarschuwing
- Hebreeën 10 — Moedwillig blijven zondigen
- Hoe passen al deze teksten samen?
- Praktische toepassing
- Eindconclusie
- Veelgestelde vragen
1. Inleiding
Misschien is er binnen het christendom geen onderwerp dat zoveel gesprekken, discussies en verdeeldheid heeft veroorzaakt als de vraag:
Kan een gelovige zijn redding verliezen?
Het antwoord op die vraag heeft grote gevolgen voor de manier waarop wij naar God kijken. Wanneer wij geloven dat iedere zonde ons opnieuw verloren maakt, zullen wij voortdurend leven in onzekerheid. Wij vragen ons dan telkens af of God ons nog wel aanneemt. Geloven wij daarentegen dat ons latere leven helemaal geen betekenis meer heeft omdat onze bestemming al definitief vastligt, dan bestaat het gevaar dat wij de ernstige oproepen van de Schrift naast ons neerleggen. Beide uitersten missen iets van het volledige Bijbelse beeld. Opvallend genoeg presenteert de Bijbel deze vraag namelijk nooit als een theoretische discussie. Zij spreekt steeds over een levende relatie tussen God en Zijn volk. Heer Yeshua zegt niet:
“Verdedig een leer.”
Hij zegt:
“Volg Mij.”
“Blijf in Mij.”
“Wie volhardt tot het einde…”
Ook Paulus spreekt niet alleen over Gods genade, maar eveneens over wandelen door de Geest, volharden in het geloof en standvastig blijven.
- De schrijver van Hebreeën doet hetzelfde.
- Petrus doet hetzelfde.
- Jakobus doet hetzelfde.
- Johannes doet hetzelfde.
Steeds weer klinkt dezelfde oproep:
Blijf dicht bij God.
Juist daarom zullen wij in deze studie niet proberen één groep Bijbelteksten boven een andere te plaatsen. Wij laten iedere tekst spreken binnen haar eigen context. Daarna leggen wij alle gedeelten naast elkaar. Alleen zo ontstaat een eerlijk en volledig Bijbels beeld.
Niet één Bijbeltekst bepaalt de leer.
De gehele Schrift bepaalt de leer.
2. Wat is redding?
Voordat wij kunnen onderzoeken of een gelovige zijn redding kan verliezen, moeten wij eerst begrijpen wat de Bijbel onder redding verstaat.
Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar juist hier ontstaan veel misverstanden. Vaak wordt redding uitsluitend gezien als een toegangsbewijs tot de hemel. Alsof redding alleen betekent dat wij na ons sterven op de juiste plaats terechtkomen.
De Bijbel beschrijft redding echter veel rijker.
Redding is Gods werk waardoor Hij verloren mensen met Zichzelf verzoent. Hij vergeeft hun zonden, verklaart hen rechtvaardig, schenkt hun Zijn Geest en brengt hen terug in een levende relatie met Zichzelf.
Wanneer iemand werkelijk tot geloof komt in Heer Yeshua gebeurt er veel meer dan alleen de belofte van het eeuwige leven.
- Zijn schuld wordt vergeven.
- Hij wordt met God verzoend.
- Hij wordt gerechtvaardigd.
- Hij ontvangt de Heilige Geest.
- Hij wordt een kind van God.
- Hij ontvangt nieuw leven.
- Hij krijgt hoop op de opstanding.
- Hij wordt erfgenaam van Gods Koninkrijk.
Redding is niet alleen vergeving.
Redding is een nieuw leven met God.
Redding is volledig Gods werk
De eerste waarheid die wij goed moeten vasthouden is dat redding nooit begint bij de mens.
- Geen mens kan zichzelf redden.
- Geen mens kan voldoende goede werken doen.
- Geen mens kan zijn eigen schuld uitwissen.
Daarom schrijft Paulus:
Efeze 2:8-9 (HSV)
“Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen.”
Hier wordt iedere menselijke verdienste uitgesloten.
Wij worden niet behouden omdat wij goed genoeg zijn.
Wij worden behouden omdat God genadig is.
Redding is geen beloning.
Redding is een gave.
Drie tijdsvormen van de redding
Opvallend is dat de Bijbel over redding spreekt in drie verschillende tijdsvormen. Dat wordt vaak over het hoofd gezien. Allereerst spreekt de Schrift over iets dat reeds gebeurd is.
“U bent zalig geworden.”
Dat is de redding die wij ontvangen wanneer wij tot geloof komen. Maar Paulus spreekt ook over een redding die nog steeds gaande is.
1 Korinthe 1:18 (HSV)
“…voor ons die behouden worden…”
Letterlijk staat hier:
“voor ons die gered worden.”
God werkt dagelijks verder in het leven van Zijn kinderen. Hij vormt hen naar het beeld van Zijn Zoon. Tenslotte spreekt de Bijbel ook over een toekomstige redding.
Romeinen 13:11 (HSV)
“Onze redding is ons nu dichterbij dan toen wij tot geloof kwamen.”
Daarmee ziet Paulus uit naar de dag waarop Heer Yeshua terugkomt en Gods verlossingswerk volledig zichtbaar zal worden.
Wij zijn gered.
Wij worden gered.
Wij zullen volledig gered worden.
Een relatie, geen contract
Een tweede misverstand ontstaat wanneer redding uitsluitend juridisch wordt bekeken. Sommigen zien redding als een contract dat één keer wordt ondertekend. Daarna zou de relatie met God geen wezenlijke rol meer spelen. Maar de Bijbel gebruikt heel andere beelden.
- God noemt Zichzelf Vader.
- Heer Yeshua noemt Zichzelf de Herder.
- Hij noemt Zijn volgelingen schapen.
- Hij noemt Zichzelf ook de Wijnstok.
- En Zijn discipelen noemt Hij ranken.
Al deze beelden beschrijven geen juridisch document. Zij beschrijven een levende gemeenschap.
Redding brengt ons niet alleen bij God.
Redding brengt ons in een leven mét God.
Waarom is dit zo belangrijk?
Wanneer wij redding uitsluitend zien als een gebeurtenis uit het verleden, worden veel oproepen in de Bijbel moeilijk te begrijpen. Waarom zegt Heer Yeshua dan:
“Blijf in Mij.”
Waarom roept Paulus op om te wandelen door de Geest? Waarom waarschuwt Hebreeën zo ernstig tegen ongeloof? Al deze oproepen worden begrijpelijk wanneer wij zien dat redding niet alleen een beginpunt is. God roept ons niet slechts tot een beslissing. Hij roept ons tot een leven van gemeenschap met Hem.
Redding is het begin van een wandel met God.
Niet het einde daarvan.
3. Wat betekent eeuwig leven?
Nu wij hebben gezien wat redding is, kunnen wij een tweede belangrijke vraag beantwoorden.
Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met eeuwig leven?
Veel christenen denken daarbij direct aan een leven dat nooit meer eindigt. Dat is waar. Maar Heer Yeshua geeft Zelf een veel diepere definitie.
Johannes 17:3 (HSV)
“En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.”
Opvallend genoeg spreekt Heer Yeshua hier niet over een plaats. Hij spreekt niet over de hemel.Hij spreekt zelfs niet over een eindeloze tijdsduur. Hij zegt:
“Dit is het eeuwige leven…”
Namelijk:
God kennen.
Dat woord kennen betekent in de Bijbel veel meer dan informatie bezitten. Het beschrijft een levende, persoonlijke relatie.
Eeuwig leven begint niet na ons sterven.
Het begint wanneer wij God leren kennen.
Eeuwig leven is leven uit God
In het Nieuwe Testament wordt voor leven meestal het Griekse woord zōē gebruikt. Dat woord betekent meer dan biologisch bestaan. Het verwijst naar het leven dat zijn oorsprong vindt in God Zelf. Ieder mens leeft lichamelijk. Maar de Bijbel leert dat iemand tegelijkertijd geestelijk dood kan zijn. Paulus schrijft zelfs:
“Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden.”
Dat betekent niet dat deze mensen lichamelijk dood waren. Zij ademden, werkten, aten en leefden zoals ieder ander. Hun probleem was geestelijk. Door de zonde was de gemeenschap met God verbroken. Daarom schenkt God niet alleen vergeving. Hij schenkt leven.
Het Evangelie biedt niet alleen vergeving.
Het schenkt nieuw leven.
Het leven is in de Zoon
De apostel Johannes vat deze waarheid bijzonder krachtig samen.
1 Johannes 5:11-12 (HSV)
“En dit is de getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.”
Let goed op wat Johannes schrijft.
Hij zegt niet:
“God heeft ons een zelfstandig bezit gegeven.”
Hij zegt:
“Dit leven is in Zijn Zoon.”
Dat is een wezenlijk verschil.Het eeuwige leven bestaat niet los van Heer Yeshua. Hij is Zelf de bron van dat leven.Zoals een rivier voortdurend water geeft, zo geeft Heer Yeshua voortdurend geestelijk leven aan allen die met Hem verbonden zijn.
Het eeuwige leven is niet los verkrijgbaar.
Het is in Heer Yeshua.
Waarom zegt Heer Yeshua dan: “Blijf in Mij”?
Nu beginnen verschillende Bijbelgedeelten ineens met elkaar samen te vallen.
Wanneer het eeuwige leven verbonden is met Heer Yeshua Zelf, wordt begrijpelijk waarom Hij Zijn discipelen herhaaldelijk oproept:
“Blijf in Mij.”
Hij roept hen niet op om hun redding te verdienen.Hij roept hen op om te blijven in de Bron van het leven.Dat is precies wat een rank doet.Een rank leeft niet uit zichzelf.Alle levenssappen komen vanuit de wijnstok.Zonder die verbinding verdroogt de rank vanzelf.Hetzelfde beeld gebruikt Heer Yeshua om de relatie tussen Hem en Zijn discipelen te beschrijven.
Wie dicht bij Heer Yeshua leeft,
leeft uit Zijn leven.
Eeuwig leven is zekerheid én gemeenschap
Sommige christenen leggen alle nadruk op de zekerheid van het eeuwige leven. Anderen leggen alle nadruk op de gemeenschap met God.
De Bijbel doet beide.
God wil dat Zijn kinderen zekerheid hebben. Maar Hij wil ook dat zij dagelijks in gemeenschap met Hem leven. Deze twee kunnen niet van elkaar worden losgemaakt. Een huwelijk bestaat immers ook niet alleen uit een trouwakte. De trouwakte bevestigt de relatie. Maar het huwelijk wordt dagelijks geleefd. Zo is het ook met het geloof. God sluit een verbond met Zijn kinderen. Maar Hij roept hen ook op om dagelijks met Hem te wandelen.
God verlangt geen afstandelijke religie.
Hij verlangt een levende relatie.
4. De twee uitersten
Nu wij beter begrijpen wat redding en eeuwig leven betekenen, kunnen wij kijken naar de twee uitersten die door de eeuwen heen binnen het christendom zijn ontstaan. Opvallend genoeg proberen beide standpunten Gods Woord serieus te nemen. Toch leggen beide de nadruk op een ander deel van de Schrift.
Eerste uiterste: voortdurende onzekerheid
Volgens deze opvatting kan een gelovige zijn redding telkens opnieuw verliezen. Iedere ernstige zonde zou kunnen betekenen dat hij opnieuw verloren gaat. Veel oprechte christenen hebben jarenlang onder deze gedachte geleefd. Na iedere misstap vroegen zij zich af:
“Ben ik nog wel gered?”
Hun blik bleef voortdurend op henzelf gericht. Niet op Gods genade.Niet op het volbrachte werk van Heer Yeshua. Maar op hun eigen prestaties. Toch laat de Bijbel iets anders zien.
- Petrus verloochende Heer Yeshua drie keer.
- Thomas twijfelde openlijk.
- De discipelen vluchtten allemaal toen Heer Yeshua werd gearresteerd.
Toch verwierp God hen niet.
- Hij zocht hen op.
- Hij herstelde hen.
- Hij gaf hun opnieuw een opdracht.
Gods genade is groter dan de zwakheid van Zijn kinderen.
Tweede uiterste: goedkope zekerheid
Het tegenovergestelde uiterste leert dat iemand die eenmaal werkelijk gered is, onder geen enkele omstandigheid meer verloren kan gaan. Deze visie benadrukt terecht Gods trouw en de volkomenheid van het offer van Heer Yeshua. Maar soms wordt daaruit de conclusie getrokken dat de latere levenswandel van een gelovige uiteindelijk geen wezenlijke betekenis meer heeft. Dan rijst echter een belangrijke vraag.
Waarom zegt Heer Yeshua dan zo vaak:
“Blijf in Mij.”
Waarom waarschuwt Paulus:
“Als u in Zijn goedertierenheid blijft…”
Waarom schrijft de Hebreeënbrief:
“Zie erop toe, broeders…”
Waarom eindigt Openbaring steeds opnieuw met:
“Wie overwint…”
Wanneer deze waarschuwingen geen werkelijke betekenis zouden hebben, wordt moeilijk verklaarbaar waarom zij zo nadrukkelijk door de gehele Schrift heen klinken.
God geeft geen overbodige waarschuwingen.
De Bijbelse balans
Wanneer wij alle Schriftgedeelten eerlijk naast elkaar leggen, ontdekken wij dat de Bijbel geen van beide uitersten ondersteunt. God wil niet dat Zijn kinderen voortdurend leven in angst. Maar Hij wil ook niet dat zij Zijn waarschuwingen naast zich neerleggen. De Bijbel houdt beide waarheden voortdurend naast elkaar. God is volkomen trouw. En dezelfde God roept Zijn kinderen op om Hem te blijven volgen. Dat is geen tegenstelling. Het is juist de schoonheid van Gods verbond.
God bewaart Zijn kinderen.
Zijn kinderen blijven Hem volgen.
5. Johannes 10 : Niemand zal hen uit Mijn hand rukken
Vrijwel iedere discussie over de zekerheid van de redding begint bij Johannes 10. Dat is begrijpelijk, want hier spreekt Heer Yeshua één van de krachtigste beloften uit het gehele Nieuwe Testament.
Johannes 10:27-29 (HSV)
“Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen; en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken.”
Deze woorden behoren tot de rijkste beloften die Heer Yeshua ooit heeft uitgesproken.
- Hij zegt niet dat Zijn schapen misschien behouden blijven.
- Hij zegt niet dat Hij Zijn best zal doen om hen te bewaren.
- Hij spreekt met absolute zekerheid.
“Niemand zal hen uit Mijn hand rukken.”
Wie zijn Zijn schapen?
Voordat Heer Yeshua deze belofte uitspreekt, beschrijft Hij eerst Zijn schapen.
“Mijn schapen horen Mijn stem.”
“Ik ken ze.”
“Zij volgen Mij.”
Dat is belangrijk. Heer Yeshua spreekt niet over mensen die ooit een beslissing namen. Hij spreekt over mensen die Hem kennen, Zijn stem horen en Hem volgen. Deze drie kenmerken beschrijven een levende relatie.
Een schaap wordt niet gekenmerkt door een gebeurtenis uit het verleden,
maar door een levende relatie met de Herder.
Wat betekent “uit Mijn hand rukken”?
Het Griekse werkwoord dat Johannes gebruikt is harpazō.
Dat woord betekent:
- met geweld grijpen;
- wegroven;
- wegrukken;
- plotseling meenemen.
Het beschrijft een aanval van buitenaf. Een vijand probeert met geweld iets af te nemen dat hem niet toebehoort. Precies dát sluit Heer Yeshua uit.
- Geen mens.
- Geen demon.
- Geen satan.
- Geen macht in hemel of op aarde.
Niemand is sterk genoeg om Gods kinderen uit Zijn hand te roven.
Onze veiligheid rust niet op onze kracht.
Maar op de kracht van de Goede Herder.
Een prachtige belofte
Juist daarom behoort Johannes 10 iedere gelovige diepe rust te geven.
- Wij hoeven niet bang te zijn voor satan.
- Wij hoeven niet bang te zijn voor demonische machten.
- Wij hoeven niet bang te zijn voor vervolging.
Zelfs de dood kan Gods kinderen niet scheiden van hun Heer. Wanneer wij deze woorden lezen, zien wij hoe groot Gods trouw werkelijk is.
De Goede Herder laat Zijn schapen niet los.
Maar zegt Johannes 10 alles?
Hier maken veel uitleggers een belangrijke fout. Zij behandelen Johannes 10 alsof daarmee iedere andere Bijbeltekst over dit onderwerp overbodig is geworden. Maar dat doet Heer Yeshua Zelf niet. Enkele hoofdstukken later zegt Hij tegen dezelfde discipelen:
“Blijf in Mij.”
Wanneer Johannes 10 werkelijk alles zou zeggen wat hierover gezegd moet worden, waarom volgt dan Johannes 15? Waarom klinkt daar opnieuw een ernstige oproep?
Het antwoord is eenvoudig.
- Johannes 10 en Johannes 15 behandelen twee verschillende kanten van dezelfde relatie.
- Johannes 10 laat zien hoe veilig Gods schapen zijn.
- Johannes 15 laat zien hoe die schapen leven.
Johannes 10 spreekt over Gods bescherming.
Johannes 15 spreekt over het blijven in die levende gemeenschap.
Wat leert Johannes 10 ons?
Wanneer wij de woorden van Heer Yeshua zorgvuldig lezen, kunnen wij een aantal duidelijke conclusies trekken.
- Het eeuwige leven is een gave van Heer Yeshua.
- De zekerheid van de gelovige rust op Gods trouw.
- Geen enkele vijand kan Gods kinderen uit Zijn hand roven.
- Zijn schapen worden gekenmerkt doordat zij Zijn stem horen en Hem volgen.
Dat zijn prachtige waarheden. Maar dit hoofdstuk behandelt nog niet alle vragen over volharding. Daarom moeten wij ook luisteren naar wat dezelfde Heer Yeshua in Johannes 15 zegt.
De Bijbel spreekt nooit met twee stemmen.
Ieder hoofdstuk voegt een nieuw stukje toe aan hetzelfde geheel.
6. Romeinen 8 – Kan iets ons scheiden van Gods liefde?
Na Johannes 10 is Romeinen 8 waarschijnlijk het meest aangehaalde hoofdstuk in de discussie over de zekerheid van de redding. De woorden van Paulus behoren tot de mooiste en meest bemoedigende gedeelten van het Nieuwe Testament. Christenen die vervolgd werden, gevangen zaten of zelfs de dood onder ogen zagen, putten kracht uit dit hoofdstuk. Paulus laat zien dat Gods liefde sterker is dan iedere macht die zich tegen Zijn kinderen verheft.
Romeinen 8:35 (HSV)
“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?”
En hij sluit af met één van de krachtigste geloofsbelijdenissen uit de Bijbel.
Romeinen 8:38-39 (HSV)
“Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die er is in Christus Jezus, onze Heere.”
Waarover spreekt Paulus?
Om deze woorden goed te begrijpen, moeten wij opnieuw de context volgen. Paulus schrijft aan gelovigen die lijden onder zware druk.
- Sommigen verliezen hun bezit.
- Anderen verliezen hun vrijheid.
- Velen riskeren zelfs hun leven.
Hun vraag luidt daarom niet:
“Kan ik mijzelf van God afkeren?”
Hun vraag is:
“Kan deze wereld mij losmaken van Gods liefde?”
Het antwoord van Paulus is krachtig en ondubbelzinnig.
Nee.
Geen enkele macht is groter dan God.
Geen enkele vijand kan Zijn kinderen uit Zijn hand trekken.
Gods liefde is sterker dan iedere macht die zich tegen Zijn kinderen verheft.
Een indrukwekkende lijst
Paulus noemt een lange reeks van dingen die gelovigen angst kunnen aanjagen.
- dood;
- leven;
- engelen;
- overheden;
- krachten;
- tegenwoordige dingen;
- toekomstige dingen;
- hoogte;
- diepte;
- enig ander schepsel.
Het is alsof Paulus de hele schepping afzoekt. Bestaat er ergens een macht die sterker is dan Gods liefde? Zijn antwoord blijft hetzelfde.
Niets.
Dat is de zekerheid waarop iedere gelovige mag rusten.
Wat zegt Paulus niet?
Juist omdat deze woorden zo krachtig zijn, worden zij soms gebruikt alsof Paulus hiermee iedere andere waarschuwing uit de Bijbel heeft opgeheven.
- Maar dat zegt hij niet.
- Hij bespreekt hier geen Hebreeën 6.
- Hij bespreekt geen Johannes 15.
- Hij bespreekt geen afval van het geloof.
- Hij spreekt over Gods trouw tegenover alles wat van buitenaf op Zijn kinderen afkomt.
Dat onderscheid is belangrijk.
Een tekst mag nooit meer zeggen dan de schrijver bedoelt
Romeinen 8 en Romeinen 11
Nog opmerkelijker wordt het wanneer wij dezelfde brief verder lezen. Slechts drie hoofdstukken later schrijft Paulus:
“Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God… als u in Zijn goedertierenheid blijft.”
Dezelfde apostel die Gods trouw bezingt, roept gelovigen ook op om te blijven. Dat is geen tegenspraak. Het laat juist zien dat Paulus beide waarheden naast elkaar laat staan.
God bewaart Zijn kinderen.
En Zijn kinderen blijven vertrouwen op Hem.
Wat leren wij uit Romeinen 8?
Dit hoofdstuk leert ons dat Gods liefde onveranderlijk is.
- Onze omstandigheden veranderen voortdurend.
- Onze gevoelens veranderen.
- Onze gezondheid verandert.
- De wereld verandert.
- Maar God verandert nooit.
Daarom mag iedere gelovige rust vinden in Zijn trouw.
De zekerheid van de gelovige rust niet op zijn eigen kracht.
Zij rust op Gods onveranderlijke liefde.
7. Romeinen 11 – “Blijf in Zijn goedertierenheid”
Wanneer mensen spreken over de zekerheid van de redding, wordt Romeinen 11 opvallend weinig genoemd. Toch bevat juist dit hoofdstuk één van de belangrijkste sleutels om de woorden van Paulus goed te begrijpen. In de hoofdstukken 9 tot en met 11 behandelt Paulus een grote vraag:
Heeft God Zijn volk Israël verstoten?
Zijn antwoord is duidelijk.
“Volstrekt niet.”
God blijft trouw aan Zijn beloften. Maar tegelijkertijd gebruikt Paulus een beeld dat iedere gelovige aan het denken zet.
De olijfboom.
De olijfboom
Paulus vergelijkt Gods verbondsvolk met een olijfboom. Sommige natuurlijke takken zijn afgebroken vanwege hun ongeloof. Gelovigen uit de volken zijn als wilde takken op dezelfde boom geënt. Zijn bedoeling is duidelijk. Niemand mag hoogmoedig worden. Iedere gelovige leeft uitsluitend door Gods genade.
Genade sluit hoogmoed uit.
Een ernstige waarschuwing
Romeinen 11:22 (HSV)
“Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God… over u goedertierenheid, als u in Zijn goedertierenheid blijft; anders zult ook u afgehouwen worden.”
Dit vers kunnen wij niet overslaan. Dezelfde Paulus die in hoofdstuk 8 Gods trouw bezingt, roept in hoofdstuk 11 op om in Gods goedertierenheid te blijven. Hij zegt niet:
“Omdat God trouw is, hoeft u nergens meer op te letten.”
Integendeel. Juist Gods goedheid spoort ons aan om dicht bij Hem te blijven.
Gods trouw maakt waakzaamheid niet overbodig.
Gods trouw en menselijke verantwoordelijkheid
Wanneer wij Romeinen 8 en Romeinen 11 naast elkaar leggen, ontstaat een prachtig evenwicht.
- Gods trouw staat nooit ter discussie.
- Hij verbreekt Zijn beloften niet.
- Hij verandert niet.
- Hij laat Zijn kinderen niet los omdat zij zwak zijn.
Tegelijkertijd behandelt Paulus gelovigen nooit alsof hun geloofsleven onbelangrijk is geworden. Hij roept hen voortdurend op om:
- te wandelen door de Geest;
- de oude mens af te leggen;
- het vlees te doden;
- standvastig te blijven;
- God te blijven vertrouwen.
Dat zijn geen voorwaarden om Gods liefde te verdienen. Het zijn kenmerken van een levend geloof.
Waar Gods leven aanwezig is,
wordt dat zichtbaar in een wandel met God.
Wat leren wij uit Romeinen?
Wanneer wij de hele Romeinenbrief lezen, ontstaat een helder beeld.
- Redding is volledig uit genade.
- De rechtvaardiging is volledig Gods werk.
- God houdt Zijn kinderen vast.
- Geen enkele vijand kan hen van Gods liefde scheiden.
- Maar gelovigen worden wel opgeroepen om te blijven wandelen in Gods genade.
Paulus ziet hierin geen tegenstelling. Hij schrijft nergens dat Gods beloften de waarschuwingen overbodig maken. En hij schrijft ook nergens dat de waarschuwingen Gods beloften onzeker maken. Beide horen bij elkaar.
God bewaart Zijn kinderen.
Zijn kinderen blijven wandelen met hun God.
8. Johannes 15 – “Blijf in Mij”
Na Johannes 10 komen wij bij misschien wel het belangrijkste hoofdstuk van deze hele studie. Waar Johannes 10 de nadruk legt op de veiligheid van de schapen, laat Johannes 15 zien hoe de relatie tussen Heer Yeshua en Zijn discipelen dagelijks wordt geleefd. Juist daarom mogen deze twee hoofdstukken nooit van elkaar worden losgemaakt.
De ware Wijnstok
Johannes 15:1-2 (HSV)
“Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier. Iedere rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en iedere rank die wel vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.”
Heer Yeshua gebruikt hier een beeld dat iedere Jood onmiddellijk begreep. Een rank bezit geen leven in zichzelf. Alles wat zij nodig heeft, ontvangt zij vanuit de wijnstok. Wordt die verbinding verbroken, dan verdroogt de rank vanzelf. Daarmee beschrijft Heer Yeshua de relatie tussen Hem en Zijn volgelingen.
Alle geestelijk leven komt voort uit Heer Yeshua.
“Iedere rank in Mij”
Een belangrijk detail wordt vaak over het hoofd gezien.
Heer Yeshua zegt:
“Iedere rank die in Mij geen vrucht draagt…”
Hij zegt niet:
“Iedere rank buiten Mij…”
Ook spreekt Hij niet over mensen die alleen maar deden alsof. Zijn woorden moeten daarom eerst worden genomen zoals zij geschreven staan. Later kunnen verschillende verklaringen worden onderzocht.Maar een eerlijke uitleg begint altijd bij de tekst zelf.
Wij veranderen de woorden van de Schrift niet
om ze passend te maken binnen een leer.
Vrucht is geen oorzaak, maar gevolg
Sommigen lezen Johannes 15 alsof vrucht de voorwaarde is om behouden te blijven. Dat leert Heer Yeshua niet. Een rank draagt vrucht omdat zij leeft.Niet andersom. Zo is het ook met een gelovige. Goede werken redden niemand. Maar waar Gods Geest woont, zal uiteindelijk vrucht zichtbaar worden.
Vrucht bewijst leven.
Vrucht veroorzaakt het leven niet.
“Blijf in Mij”
Johannes 15:4-5 (HSV)
“Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.”
Opvallend is dat Heer Yeshua deze opdracht meerdere keren herhaalt. Dat alleen al laat zien hoe belangrijk zij is. Het Griekse werkwoord menō betekent:
- blijven;
- standhouden;
- voortduren;
- blijvend verbonden zijn.
Het beschrijft geen eenmalige gebeurtenis. Het beschrijft een voortdurende levenshouding. Bovendien gebruikt Heer Yeshua de gebiedende wijs. Hij geeft een opdracht. Dat roept een belangrijke vraag op. Waarom zou Hij Zijn discipelen bevelen om te blijven, als blijven volledig automatisch zou zijn?Juist daarom moeten wij deze woorden serieus nemen.
Werkelijk geloof leeft niet één dag.
Het blijft dicht bij Heer Yeshua.
“Zonder Mij kunt u niets doen”
De reden waarom blijven zo belangrijk is, wordt direct daarna uitgelegd.
“Zonder Mij kunt u niets doen.”
Dat is geen overdreven uitspraak.
- Alle geestelijk leven komt vanuit de Wijnstok.
- Alle vrucht.
- Alle kracht.
- Alle groei.
Daarom draait het christelijke leven uiteindelijk niet om harder proberen. Het draait om dichter bij Heer Yeshua leven.
Hoe dichter wij bij Heer Yeshua leven,
hoe meer Zijn leven zichtbaar wordt in ons.
Johannes 15:6 – De ernstige waarschuwing
Na de opdracht om in Hem te blijven, spreekt Heer Yeshua woorden die door de eeuwen heen veel discussie hebben opgeroepen.
Johannes 15:6 (HSV)
“Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank en verdort; en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.”
Dit is geen eenvoudige tekst. Juist daarom moeten wij zorgvuldig lezen wat Heer Yeshua werkelijk zegt.
“Als iemand niet in Mij blijft…”
Opnieuw valt op wat Heer Yeshua niet zegt.
Hij zegt niet:
“Als iemand nooit in Mij geweest is…”
Hij zegt ook niet:
“Als iemand alleen maar deed alsof…”
Zijn woorden sluiten rechtstreeks aan op de opdracht uit de voorgaande verzen.
“Blijf in Mij.”
Daarna zegt Hij:
“Als iemand niet in Mij blijft…”
De waarschuwing hoort dus rechtstreeks bij de opdracht.
Waar God oproept tot volharding,
neemt Hij die oproep serieus.
Het beeld van de rank
Heer Yeshua blijft spreken over de wijnstok. Een rank leeft uitsluitend doordat zij verbonden is met de wijnstok. Alle levenssappen komen vanuit de stam. Wanneer die verbinding ontbreekt, droogt de rank uit.Dat is geen willekeurige straf. Het is het gevolg van het ontbreken van leven. Het beeld maakt duidelijk dat alle geestelijk leven uiteindelijk uit Heer Yeshua voortkomt.
Zonder de Wijnstok heeft de rank geen leven in zichzelf.
Het vuur
Door de eeuwen heen zijn verschillende verklaringen gegeven voor het vuur waarover Heer Yeshua spreekt. Sommigen zien hierin een beeld van Gods laatste oordeel. Anderen denken aan Gods tucht of aan het verlies van geestelijke vrucht. Welke uitleg uiteindelijk de juiste is, verandert niets aan één belangrijk feit. Heer Yeshua gebruikt zeer ernstige woorden. Hij spreekt niet lichtvaardig. Hij waarschuwt Zijn discipelen met opzet. Daarom mogen wij deze woorden niet wegredeneren.
Waar Heer Yeshua waarschuwt,
luisteren wij aandachtig.
Past Johannes 15 bij Johannes 10?
Sommigen ervaren een spanning tussen deze twee hoofdstukken. Maar die spanning verdwijnt wanneer wij zien dat beide hoofdstukken over verschillende aspecten van dezelfde relatie spreken. In Johannes 10 staat de Goede Herder centraal. Hij beschermt Zijn schapen. Geen enkele vijand kan hen uit Zijn hand roven. In Johannes 15 staat de Wijnstok centraal. Daar leert Heer Yeshua hoe Zijn discipelen dagelijks uit Hem leven. Deze hoofdstukken spreken elkaar niet tegen.Zij vullen elkaar aan.
Johannes 10 geeft zekerheid.
Johannes 15 beschrijft hoe die zekerheid wordt geleefd.
De rode draad
Nu begint een patroon zichtbaar te worden.
Heer Yeshua zegt:
“Volg Mij.”
“Blijf in Mij.”
Paulus schrijft:
“Blijf in Zijn goedertierenheid.”
En de Hebreeënbrief zal straks zeggen:
“Zie erop toe, broeders…”
Steeds klinkt dezelfde oproep. Niet omdat Gods trouw tekortschiet. Maar omdat een levend geloof zich blijft vastklampen aan God.
Gods genade maakt ons niet passief.
Zij leert ons dicht bij Heer Yeshua te leven.
Conclusie van Johannes 15
Johannes 15 leert niet dat wij onszelf moeten redden. Ook leert dit hoofdstuk niet dat goede werken de grond van onze redding zijn. Wel laat Heer Yeshua zien dat het leven van een discipel wordt gekenmerkt door een blijvende verbondenheid met Hem. Vrucht is daarvan het zichtbare gevolg. Daarom mogen wij de waarschuwingen van dit hoofdstuk niet losmaken van de beloften uit Johannes 10. Samen laten zij zien hoe rijk Gods genade werkelijk is.
De Goede Herder bewaart Zijn schapen.
De Ware Wijnstok voedt Zijn ranken.
9. Hebreeën 3 – “Zie erop toe, broeders…”
Tot nu toe hebben wij vooral gekeken naar de grote beloften van de Schrift. Heer Yeshua verzekert Zijn schapen dat niemand hen uit Zijn hand kan roven. Paulus verklaart dat niets ons kan scheiden van Gods liefde. Dat zijn machtige waarheden waarop iedere gelovige mag rusten. Maar de Bijbel bevat ook ernstige waarschuwingen. De Hebreeënbrief behoort zonder twijfel tot de meest indringende boeken van het Nieuwe Testament. De schrijver roept zijn lezers herhaaldelijk op om vast te houden aan hun geloof en niet terug te keren naar hun oude leven. Juist daarom moeten wij deze brief zorgvuldig lezen. Niet met de vraag:
“Hoe kan ik deze waarschuwingen verklaren?”
Maar met de vraag:
“Waarom vond God het noodzakelijk deze waarschuwingen te geven?”
De achtergrond van de Hebreeënbrief
De Hebreeënbrief is geschreven aan Joodse gelovigen die onder zware druk stonden. Hun geloof in Heer Yeshua had grote gevolgen. Velen verloren hun plaats binnen de Joodse gemeenschap. Sommigen verloren hun bezit. Anderen kregen te maken met vervolging en spot. Daardoor ontstond een grote verleiding. Zou het niet gemakkelijker zijn terug te keren naar het oude leven? Terug naar de tempel. Terug naar de offers. Terug naar een geloof zonder vervolging. De hele Hebreeënbrief is geschreven om deze gelovigen aan te moedigen juist niet terug te gaan.
Het doel van Hebreeën is niet angst zaaien.
Het doel is gelovigen helpen volharden.
Tot wie spreekt de schrijver?
Voordat wij de waarschuwingen onderzoeken, moeten wij eerst vaststellen tot wie zij zijn gericht. Dat is een beslissende vraag. De schrijver opent hoofdstuk 3 met deze woorden:
Hebreeën 3:1 (HSV)
“Daarom, heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping…”
Deze aanspreektitel verdient onze volledige aandacht. Hij noemt zijn lezers niet:
- zoekers;
- twijfelaars;
- bijna-gelovigen;
- belangstellenden.
Hij noemt hen:
- heilige broeders;
- deelgenoten van de hemelse roeping.
Dat zijn woorden die normaal gesproken worden gebruikt voor mensen die tot Gods volk behoren. De waarschuwingen van hoofdstuk 3 zijn daarom niet gericht aan de heidense wereld. Zij zijn gericht aan de gemeente.
God waarschuwt juist degenen die Hij liefheeft.
De eerste waarschuwing
Hebreeën 3:12 (HSV)
“Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart vol ongeloof zal zijn, om daardoor afvallig te worden van de levende God.”
Dit is één van de ernstigste waarschuwingen uit het Nieuwe Testament. Toch begint zij niet met een bedreiging. Zij begint met een oproep.
“Zie erop toe…”
Dat Griekse werkwoord betekent:
- wees waakzaam;
- let goed op;
- houd toezicht;
- wees alert.
De schrijver roept de gelovigen op om hun eigen hart serieus te nemen. Niet omdat God onbetrouwbaar zou zijn. Maar omdat ongeloof zich langzaam kan ontwikkelen.
Geestelijke afval begint niet met een grote sprong.
Meestal begint zij met kleine stappen.
Een verdorven hart vol ongeloof
Opvallend is dat de schrijver niet als eerste spreekt over zonde. Hij spreekt over ongeloof. Dat is belangrijk. De meeste zonden beginnen niet bij verkeerde daden. Zij beginnen in het hart. Wanneer het vertrouwen op God afneemt, wordt ongehoorzaamheid uiteindelijk vanzelf zichtbaar. Daarom richt de schrijver zich niet eerst op het gedrag. Hij richt zich op de bron van het gedrag.
Een hart dat God blijft vertrouwen,
zal Hem ook willen gehoorzamen.
“Afvallig worden van de levende God”
Het Griekse werkwoord dat hier wordt gebruikt is aphistēmi. Daarvan is ons woord afvalligheid afgeleid. Het betekent:
- zich verwijderen;
- weggaan;
- zich terugtrekken;
- zich afkeren.
De schrijver gebruikt dus geen licht woord. Hij spreekt over een zich afkeren van de levende God. Juist daarom mogen wij deze waarschuwing niet verzwakken. Maar evenmin mogen wij haar losmaken van alles wat de Schrift eerder heeft gezegd over Gods trouw.
Gods beloften blijven staan.
En Gods waarschuwingen blijven eveneens staan.
Waarom gebruikt de schrijver Israël als voorbeeld?
Vanaf vers 7 richt de schrijver de aandacht op een gebeurtenis die iedere Jood onmiddellijk kende. Hij citeert Psalm 95 en kijkt terug naar Israël tijdens de woestijnreis.
Hebreeën 3:7-8 (HSV)
“Heden, indien u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de verzoeking in de woestijn.”
De schrijver vertelt deze geschiedenis niet om een Bijbelles over het verleden te geven. Hij houdt zijn lezers een spiegel voor. Wat Israël overkwam, mag de gemeente niet overkomen.
Israël had Gods macht gezien
De generatie die Egypte verliet, had Gods wonderen met eigen ogen gezien.
- Zij zagen de tien plagen.
- Zij trokken door de Rode Zee.
- Zij aten het manna uit de hemel.
- Zij dronken water uit de rots.
- Zij werden geleid door de wolkkolom en de vuurkolom.
Geen generatie had zoveel tekenen van Gods macht gezien als zij. En toch gebeurde er iets tragisch. Hun hart begon langzaam te verharden. Niet omdat God veranderde. Maar omdat zij Hem steeds minder vertrouwden.
Wonderen alleen bewaren niemand.
Alleen een hart dat God blijft vertrouwen.
Verharding ontstaat geleidelijk
Het is opvallend dat de schrijver niet spreekt over één grote daad van opstand. Hij spreekt over een proces. Een hart raakt niet in één dag verhard. Het begint vaak klein.
- Een gebed dat wordt overgeslagen.
- Een zonde die niet wordt beleden.
- Een compromis dat normaal begint te voelen.
- Een stem van God die steeds gemakkelijker wordt genegeerd.
Zo groeit ongeloof langzaam. En juist daarvoor waarschuwt de schrijver.
Een hard hart ontstaat niet plotseling.
Het groeit wanneer Gods stem steeds minder gehoor krijgt.
Daarom hebben wij elkaar nodig
Hebreeën 3:13 (HSV)
“Maar spoor elkaar elke dag aan, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard wordt door de verleiding van de zonde.”
Hier geeft de schrijver direct een praktische oplossing. Hij zegt niet dat iedere gelovige het alleen moet zien vol te houden.Hij zegt juist:
“Spoor elkaar elke dag aan.”
Dat is één van de belangrijkste taken van de gemeente. Niet alleen samen zingen. Niet alleen samen luisteren. Maar elkaar helpen trouw te blijven aan Heer Yeshua. God gebruikt vaak andere gelovigen om ons te bewaren.
Volharding is geen individuele prestatie.
God geeft ons de gemeente om elkaar vast te houden.
Hebreeën 3:14 – Een sleutelvers
Hebreeën 3:14 (HSV)
“Want wij hebben deel gekregen aan Christus, als wij tenminste het beginsel van de vaste grond van het geloof tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.”
Dit vers wordt vaak verkeerd gelezen. Sommigen concluderen dat wij behouden blijven doordat wij volharden. Maar dat zou rechtstreeks ingaan tegen Paulus’ onderwijs dat redding volledig uit genade is. De schrijver zegt iets anders. Werkelijk geloof houdt vast aan Heer Yeshua. Niet omdat volharding de redding verdient. Maar omdat volharding het kenmerk is van levend geloof. Een boom leeft niet omdat hij vrucht draagt. Hij draagt vrucht omdat hij leeft. Zo is het ook met het geloof.
Volharding koopt de redding niet.
Zij laat zien dat Gods leven aanwezig is.
Waarom bereikte Israël de rust niet?
Hebreeën 3:18-19 (HSV)
“En aan wie heeft Hij gezworen dat zij Zijn rust niet zouden binnengaan, dan aan hen die ongehoorzaam geweest waren? Zo zien wij dat zij niet konden ingaan vanwege hun ongeloof.”
Aan het einde van het hoofdstuk noemt de schrijver de diepste oorzaak van Israëls val. Niet Gods ontrouw. Niet een gebrek aan genade. Maar ongeloof. Daarmee sluit hij aan bij alles wat hij eerder heeft geschreven. Ongehoorzaamheid begint uiteindelijk bij een hart dat het vertrouwen op God verliest. Daarom waarschuwt hij niet allereerst voor verkeerde daden. Hij waarschuwt voor een hart dat zich langzaam van God verwijdert.
Elke grote afval begint met klein ongeloof.
Daarom roept God ons op om vandaag naar Zijn stem te luisteren.
Conclusie van Hebreeën 3
Hebreeën 3 leert ons niet dat Gods kinderen voortdurend in angst moeten leven. De schrijver wijst juist op Gods trouw door Israël als waarschuwend voorbeeld te gebruiken. Zijn boodschap is helder. Verhard uw hart niet. Blijf vertrouwen op God. Spoor elkaar dagelijks aan. Houd vast aan Heer Yeshua. Daarmee bereidt de schrijver zijn lezers voor op de moeilijkste waarschuwing van de hele brief. In Hebreeën 6 behandelt hij een gedeelte waarover christenen al eeuwenlang discussiëren. Juist daarom zullen wij ook dat hoofdstuk rustig, zorgvuldig en vers voor vers onderzoeken.
10. Hebreeën 6 – De ernstigste waarschuwing van het Nieuwe Testament?
Geen enkel Bijbelgedeelte heeft waarschijnlijk zoveel discussie veroorzaakt als Hebreeën 6:4-6. Voor sommigen bewijst dit hoofdstuk dat een gelovige zijn redding daadwerkelijk kan verliezen. Anderen stellen juist dat de schrijver onmogelijk over echte gelovigen kan spreken, omdat dit in strijd zou zijn met andere Bijbelgedeelten. Daardoor zijn door de eeuwen heen allerlei verklaringen ontstaan.
- Het zou gaan over schijngelovigen.
- Het zou slechts een theoretische waarschuwing zijn.
- Het zou alleen over Joden in de eerste eeuw gaan.
- Het zou niet over redding gaan, maar alleen over het verliezen van beloning.
- Volgens anderen spreekt het juist wel over een werkelijk gevaar voor gelovigen.
Voordat wij één van deze verklaringen beoordelen, moeten wij opnieuw hetzelfde uitgangspunt hanteren als in de rest van deze studie. Wij beginnen niet bij een theologisch systeem. Wij beginnen bij de tekst.
Een moeilijke tekst mag niet worden aangepast aan onze leer.
Onze leer moet worden gevormd door de tekst.
De context is beslissend
Eén van de grootste fouten bij de uitleg van Hebreeën 6 is dat men direct begint bij vers 4. Maar de schrijver begint daar niet. Hoofdstuk 6 is namelijk een rechtstreeks vervolg op hoofdstuk 5. Aan het einde van hoofdstuk 5 spreekt de schrijver zijn teleurstelling uit over de geestelijke groei van zijn lezers.
Hebreeën 5:12 (HSV)
“Hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u de eerste beginselen van de woorden van God leert.”
Hun probleem is niet dat zij het Evangelie nooit hebben gehoord. Hun probleem is geestelijke stilstand. Zij behoren inmiddels geestelijk volwassen te zijn. Maar zij leven nog als geestelijke kinderen.
De schrijver waarschuwt niet omdat zij te weinig weten.
Hij waarschuwt omdat zij niet verder groeien.
Op weg naar volwassenheid
Hebreeën 6:1 (HSV)
“Laten wij daarom het eerste onderwijs met betrekking tot Christus laten rusten en doorgaan tot de volmaaktheid…”
Het woord volmaaktheid betekent hier niet zondeloze volmaaktheid.
Het Griekse woord teleiotēs betekent:
- geestelijke volwassenheid;
- rijpheid;
- volgroeid zijn.
De schrijver zegt dus eigenlijk:
“Blijf niet geestelijk stilstaan.
Groei verder.”
Dat vormt de achtergrond van alles wat daarna volgt.
De fundamenten van het geloof
Vervolgens noemt de schrijver zes basiswaarheden van het christelijk geloof.
- bekering van dode werken;
- geloof in God;
- onderwijs over dopen;
- handoplegging;
- opstanding van de doden;
- het eeuwig oordeel.
Opvallend is dat hij deze onderwerpen niet afwijst. Integendeel. Hij noemt ze het fundament. Maar niemand bouwt een huis door alleen het fundament te blijven bekijken. Een gezond geloof groeit verder.
Een stevig fundament is noodzakelijk.
Maar een fundament alleen is nog geen huis.
Waarom volgt nu deze waarschuwing?
Nu wordt duidelijk waarom vers 4 begint met het woord:
“Want…”
De schrijver verandert niet plotseling van onderwerp. Hij legt uit waarom geestelijke groei zo belangrijk is. Zijn waarschuwing komt dus niet uit de lucht vallen. Zij vormt het logische vervolg op zijn oproep om niet geestelijk stil te blijven staan. Juist daarom mogen wij de beroemde verzen 4 tot en met 6 nooit los lezen van de eerste drie verzen.
Context bepaalt betekenis.
Zonder context ontstaat bijna altijd een verkeerde uitleg.
Nu komt de moeilijke tekst
Vanaf vers 4 gebruikt de schrijver woorden die tot de meest besproken uitdrukkingen van het Nieuwe Testament behoren. Hij beschrijft mensen die:
- eens verlicht zijn geweest;
- de hemelse gave hebben geproefd;
- deelgenoten van de Heilige Geest zijn geworden;
- het goede Woord van God hebben geproefd;
- de krachten van de komende eeuw hebben ervaren.
Wie zijn deze mensen? Spreekt de schrijver werkelijk over wedergeboren gelovigen? Of beschrijft hij mensen die heel dicht bij het Koninkrijk kwamen, maar nooit werkelijk tot geloof kwamen? Dat is de vraag die wij in het volgende gedeelte stap voor stap zullen onderzoeken.
Hebreeën 6:4-5 – Over wie spreekt de schrijver?
Hebreeën 6:4-5 (HSV)
“Want het is onmogelijk om hen die [1] eens verlicht zijn geweest, die de [2] hemelse gave geproefd hebben, [3] deelgenoten van de Heilige Geest zijn geworden, en die het goede [4] Woord van God geproefd hebben en [5] de krachten van de komende wereld, afvallig worden…”
Nu komen wij bij de kern van de discussie. De schrijver noemt vijf kenmerken van deze mensen. Het is belangrijk dat wij ieder kenmerk afzonderlijk onderzoeken. Niet om een vooraf gekozen standpunt te verdedigen, maar om te ontdekken wat de tekst zelf zegt.
1. “Eens verlicht zijn geweest”
Het eerste kenmerk luidt:
“eens verlicht zijn geweest.”
Het Griekse woord phōtizō betekent:
-
-
- verlichten;
- licht geven;
- tot inzicht brengen;
- openbaren.
-
In de Hebreeënbrief wordt hetzelfde woord opnieuw gebruikt.
Hebreeën 10:32 (HSV)
“Maar herinner u de dagen van vroeger, toen u, nadat u verlicht was, veel strijd in het lijden hebt verdragen.”
Daar spreekt de schrijver duidelijk over mensen die vanwege hun geloof werden vervolgd. Daarom is het moeilijk om dit woord hier slechts uit te leggen als:
“iemand die alleen iets over het Evangelie heeft gehoord.”
De schrijver gebruikt een veel sterkere omschrijving.
Deze mensen hebben het licht van het Evangelie werkelijk ontvangen.
2. “De hemelse gave geproefd”
Vervolgens zegt de schrijver:
“de hemelse gave geproefd.”
Sommigen zeggen dat proeven betekent dat iemand slechts een klein beetje heeft ervaren.
Maar gebruikt de Bijbel dat woord ook zo?
Nee.
In Hebreeën 2:9 lezen wij namelijk:
“…opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven.”
Heer Yeshua proefde de dood niet oppervlakkig. Hij onderging de dood volledig. Het woord proeven betekent in de Bijbel vaak:
-
-
- werkelijk ervaren;
- persoonlijk ondervinden.
-
Dat maakt ook deze omschrijving bijzonder krachtig.
De schrijver beschrijft mensen die Gods hemelse gave daadwerkelijk hebben ervaren.
3. “Deelgenoten van de Heilige Geest”
Dit is misschien wel de meest opvallende uitdrukking van allemaal.
“Deelgenoten van de Heilige Geest.”
Het Griekse woord metochos betekent:
-
-
- deelhebber;
- mededeelgenoot;
- iemand die werkelijk deel heeft.
-
Hetzelfde woord wordt eerder gebruikt in Hebreeën 3:1.
“Deelgenoten van de hemelse roeping.”
En in Hebreeën 3:14:
“Wij hebben deel gekregen aan Christus.”
Steeds beschrijft het woord een werkelijke deelname. Daarom kiezen veel uitleggers ervoor deze woorden letterlijk te nemen. Anderen proberen dit anders uit te leggen omdat zij menen dat een echte gelovige niet kan afvallen. Maar dat is een conclusie die pas later mag worden getrokken. Eerst moeten wij eerlijk vaststellen wat de schrijver daadwerkelijk schrijft.
Een eerlijke uitleg begint altijd bij de woorden van de tekst.
4. “Het goede Woord van God geproefd”
Daarna noemt de schrijver een vierde kenmerk.
“Het goede Woord van God geproefd.”
Opnieuw gebruikt hij het woord proeven. Deze mensen hebben Gods Woord niet alleen gehoord. Zij hebben het persoonlijk ervaren. Het Woord heeft hen geraakt. Het heeft in hun leven gewerkt. De beschrijving wordt steeds indrukwekkender.
5. “De krachten van de komende eeuw”
Tenslotte spreekt de schrijver over:
“de krachten van de komende eeuw.”
Waarschijnlijk doelt hij hiermee op de krachtige werking van Gods Geest die zichtbaar werd in de eerste gemeenten. Wonderen. Genezingen. De doorbraak van Gods Koninkrijk. Deze mensen stonden daar niet buiten. Zij hadden deze werkelijkheid zelf meegemaakt.
De schrijver stapelt de beschrijvingen op.
Hij schetst geen oppervlakkige betrokkenheid.
Welke conclusie mogen wij nu al trekken?
Voordat wij vers 6 lezen, is het belangrijk dat wij nog geen overhaaste conclusies trekken. Maar één ding kunnen wij wel vaststellen. De schrijver gebruikt uitzonderlijk sterke woorden. Hij beschrijft mensen die:
- verlicht zijn;
- de hemelse gave hebben ervaren;
- deelgenoten van de Heilige Geest worden genoemd;
- het goede Woord van God hebben ervaren;
- de krachten van Gods Koninkrijk hebben meegemaakt.
Welke uiteindelijke uitleg men ook kiest, deze beschrijvingen mogen niet worden afgezwakt. De schrijver schildert geen mensen die slechts toevallig een preek hebben gehoord. Hij beschrijft mensen die zeer diep betrokken zijn geweest bij Gods werk. De beslissende vraag is daarom niet:
“Hoe dichtbij waren zij?”
Maar:
“Wat gebeurt er volgens vers 6 wanneer zulke mensen afvallen?”
Dat is de vraag die wij nu gaan beantwoorden.
Hebreeën 6:6 – Wat betekent “afvallig worden”?
Hebreeën 6:6 (HSV)
“…en die afvallig geworden zijn, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.”
Nu komen wij bij het moeilijkste vers van dit hoofdstuk. Opvallend genoeg zegt de schrijver niet dat deze mensen een zonde hebben begaan. Hij spreekt ook niet over een periode van geestelijke zwakte. Hij gebruikt een veel zwaarder woord.
“Afvallig geworden.”
Wat betekent “afvallen”?
Het Griekse werkwoord dat hier wordt gebruikt is parapiptō. Dit woord komt slechts één keer voor in het Nieuwe Testament. Het betekent:
- afvallen;
- wegvallen;
- zich afkeren;
- zich bewust verwijderen.
De schrijver spreekt dus niet over iemand die struikelt. Hij spreekt ook niet over iemand die tijdelijk twijfelt. Hij beschrijft een bewuste en definitieve afwijzing van hetgeen men eerder heeft leren kennen.
Dit gaat niet over een gelovige die worstelt.
Dit gaat over een bewuste verwerping.
Niet hetzelfde als Petrus
Juist daarom mogen wij deze tekst niet toepassen op iedere christen die zondigt. Petrus verloochende Heer Yeshua. Toch keerde hij terug. David viel diep in zonde. Toch beleed hij zijn schuld. Thomas twijfelde. Maar hij kwam opnieuw tot geloof. De Hebreeënbrief spreekt over iets anders. Hij beschrijft mensen die, ondanks alles wat zij hebben ontvangen en ervaren, Heer Yeshua uiteindelijk bewust verwerpen.
Twijfel is niet hetzelfde als afval.
Struikelen is niet hetzelfde als Christus verwerpen.
“Het is onmogelijk…”
Het volgende woord vraagt eveneens onze aandacht.
“Het is onmogelijk…”
Dat is een zeer krachtige uitspraak. In de Hebreeënbrief wordt hetzelfde Griekse woord (adynatos) nog enkele keren gebruikt. Bijvoorbeeld:
“Het is onmogelijk dat God zou liegen.”
Daar betekent het werkelijk:
onmogelijk.
Daarom moeten wij hetzelfde woord hier niet verzwakken tot:
“erg moeilijk.”
De schrijver kiest zijn woorden bewust.
Waarom onmogelijk?
Opvallend is dat de schrijver direct ook de reden noemt.
“…omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.”
Dat betekent uiteraard niet dat Heer Yeshua letterlijk opnieuw wordt gekruisigd. Zijn offer was éénmalig en volmaakt. De schrijver gebruikt krachtige beeldspraak. Wie na volledige kennis van de Messias Hem bewust verwerpt, kiest feitelijk dezelfde kant als degenen die Hem destijds verwierpen. Hij verklaart als het ware:
“Het kruis was niet voor mij.”
Dat is de ernst van deze waarschuwing.
Het gaat niet om zwakheid.
Het gaat om een bewuste verwerping van de Zoon van God.
Wat zegt de schrijver niet?
Juist bij moeilijke teksten is het belangrijk onderscheid te maken tussen wat er wél staat en wat er niet staat. De schrijver zegt niet:
- dat iedere zonde iemand verloren doet gaan;
- dat een christen na iedere misstap opnieuw behouden moet worden;
- dat iemand die berouw heeft geen vergeving meer kan ontvangen;
- dat Gods genade tekortschiet.
Zijn waarschuwing is veel specifieker. Hij beschrijft een bewuste, definitieve afwijzing van Heer Yeshua, nadat iemand het volle licht van het Evangelie heeft ontvangen. Daarmee waarschuwt hij zijn lezers juist om niet die weg op te gaan.
Een eerlijke tussenconclusie
Tot zover hebben wij nog geen definitieve uitspraak gedaan over de vraag of deze mensen wedergeboren gelovigen waren. Dat is bewust. De tekst zelf dwingt ons eerst om de ernst van de waarschuwing te erkennen. Pas daarna mogen wij haar plaatsen binnen het geheel van de Schrift. Maar één conclusie kunnen wij nu al trekken. Hebreeën 6 beschrijft geen gewone christenen die worstelen met zonde. Het beschrijft mensen die, ondanks uitzonderlijke geestelijke voorrechten, uiteindelijk bewust de Messias afwijzen.
Gods waarschuwingen zijn ernstig.
Juist daarom roept Hij ons op om dicht bij Heer Yeshua te blijven.
De akker als sleutel tot Hebreeën 6
Na de zware waarschuwing verandert de schrijver plotseling van beeldspraak. Dat doet hij niet zonder reden. Integendeel, juist de volgende twee verzen helpen ons begrijpen wat hij met de voorgaande waarschuwing bedoelt.
Hebreeën 6:7-8 (HSV)
“Want de aarde die de regen indrinkt, die er dikwijls op valt, en die nuttig gewas voortbrengt voor hen ten behoeve van wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God. Maar als hij dorens en distels voortbrengt, is hij verwerpelijk en de vervloeking nabij; het einde daarvan is tot verbranding.”
Deze twee verzen worden vaak overgeslagen. Dat is jammer. Want juist hier legt de schrijver zijn eigen waarschuwing uit.
Dezelfde regen
Let op wat de schrijver beschrijft. Er zijn twee stukken land. Niet één. En beide ontvangen precies dezelfde regen. De regen valt niet vaker op de ene akker dan op de andere.God maakt geen onderscheid in de regen die Hij geeft. Het verschil zit daarom niet in de regen. Het verschil zit in de vrucht.
Dezelfde regen.
Twee verschillende resultaten.
De eerste akker
De eerste akker brengt nuttig gewas voort. Daarom ontvangt hij Gods zegen. Opvallend is dat de schrijver niet zegt dat de regen de zegen is. De regen valt immers op beide akkers. De zegen blijkt uit de vrucht. Daarmee sluit de schrijver opnieuw aan bij een patroon dat wij al eerder zagen. Johannes 15 spreekt over de Wijnstok. Romeinen 11 spreekt over de olijfboom. Nu spreekt Hebreeën 6 over een akker. Steeds gaat het uiteindelijk om dezelfde vraag.
Welke vrucht wordt zichtbaar?
De tweede akker
De tweede akker ontvangt precies dezelfde regen. Toch brengt hij geen vrucht voort. Hij brengt dorens en distels voort. Daarom noemt de schrijver hem:
-
- verwerpelijk;
- de vervloeking nabij;
- bestemd voor verbranding.
Opnieuw gebruikt hij ernstige taal. Maar opnieuw moeten wij zorgvuldig lezen. Hij spreekt niet over de regen. Hij spreekt over de vrucht die de akker voortbrengt.
Niet de regen maakt het verschil.
Maar wat de akker voortbrengt.
Waarom gebruikt de schrijver dit beeld?
Het antwoord ligt voor de hand. Zoals een akker Gods regen ontvangt, zo hadden de mensen uit vers 4 en 5 uitzonderlijke geestelijke zegeningen ontvangen.
-
- Zij waren verlicht.
- Zij hadden de hemelse gave ervaren.
- Zij hadden Gods Woord geproefd.
- Zij hadden de kracht van Gods Geest meegemaakt.
De vraag is daarom niet hoeveel zij hadden ontvangen.De vraag is:
Wat heeft hun leven uiteindelijk voortgebracht?
Dan verandert de toon volledig
En nu gebeurt iets opmerkelijks. Na de zwaarste waarschuwing uit de brief verandert de schrijver plotseling van toon.
Hebreeën 6:9 (HSV)
“Maar, geliefden, al spreken wij zo, wij zijn ten aanzien van u overtuigd van betere dingen, die met de zaligheid samenhangen.”
Dat kleine woordje “maar” is van groot belang. Hij zegt eigenlijk:
“Ondanks deze ernstige waarschuwing ben ik ervan overtuigd dat dit niet op u van toepassing is.”
Waarom? Omdat hij in zijn lezers iets anders ziet.
“Betere dingen, die met de zaligheid samenhangen.”
Een belangrijk detail
Dit vers wordt vaak over het hoofd gezien. Maar het helpt ons de voorgaande verzen beter te begrijpen. De schrijver laat zijn lezers niet achter in angst. Hij zegt niet:
“Ik denk dat jullie allemaal verloren zullen gaan.”
Integendeel. Hij spreekt zijn vertrouwen uit. Hij ziet in hun leven kenmerken die bij de redding horen. Dat laat opnieuw zien wat het doel van de waarschuwing is. Niet om gelovigen tot wanhoop te brengen. Maar om hen aan te sporen verder te groeien en vast te houden aan Heer Yeshua.
God waarschuwt niet om Zijn kinderen te verlammen.
Hij waarschuwt om hen te bewaren.
Wat leren wij uit Hebreeën 6?
Voordat wij verdergaan naar Hebreeën 10, kunnen wij de belangrijkste conclusies samenvatten.
- De waarschuwing staat niet los van de context van geestelijke groei.
- De schrijver gebruikt uitzonderlijk sterke woorden voor de mensen die hij beschrijft.
- Hij waarschuwt tegen een bewuste en definitieve verwerping van de Zoon van God.
- De akker laat zien dat ontvangen zegen zichtbaar wordt in de vrucht.
- Na de waarschuwing spreekt de schrijver juist vertrouwen uit over zijn lezers.
Hebreeën 6 is daarom geen hoofdstuk dat bedoeld is om oprechte gelovigen voortdurend bang te maken.
Het is een ernstige oproep om niet terug te keren naar ongeloof, maar te blijven groeien in het geloof en vast te houden aan Heer Yeshua.
De waarschuwing is ernstig.
De bedoeling is behoud.
11. Hebreeën 10 – “Als wij moedwillig blijven zondigen…”
Na Hebreeën 6 komen wij bij een tweede gedeelte dat vaak wordt aangehaald in de discussie over “eens gered, altijd gered”. Net als Hebreeën 6 bevat ook dit hoofdstuk een ernstige waarschuwing. Toch wordt deze tekst regelmatig uit zijn verband gehaald. Sommigen lezen hem alsof iedere bewuste zonde direct betekent dat iemand verloren gaat. Anderen stellen juist dat de waarschuwing helemaal niet op christenen van toepassing is. Geen van beide conclusies doet recht aan de context. Daarom beginnen wij opnieuw waar de schrijver zelf begint.
De context van hoofdstuk 10
Het tiende hoofdstuk van Hebreeën begint niet met een waarschuwing. Het begint met een lofzang op het volmaakte offer van Heer Yeshua. De schrijver laat zien dat de offers van het Oude Verbond de zonde nooit definitief konden wegnemen. Zij moesten telkens opnieuw worden gebracht. Jaar na jaar. Steeds opnieuw. Maar toen Heer Yeshua Zichzelf offerde, veranderde alles.
Hebreeën 10:14 (HSV)
“Want met één offer heeft Hij hen die geheiligd worden, tot in eeuwigheid volmaakt.”
Dit vers vormt het hart van het hoofdstuk. Het offer van Heer Yeshua hoeft nooit herhaald te worden. Zijn werk is volkomen. Zijn verzoening is volledig.
Er bestaat geen tweede kruis.
Er bestaat geen tweede offer.
Dan verandert de toon
Na deze prachtige uitleg volgt opnieuw een ernstige waarschuwing.
Hebreeën 10:26 (HSV)
“Want als wij moedwillig blijven zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over.”
Dit vers heeft veel gelovigen bang gemaakt. Sommigen vragen zich af:
“Heb ik misschien ooit moedwillig gezondigd?
Is er voor mij dan geen vergeving meer?”
Om die vraag eerlijk te beantwoorden, moeten wij eerst onderzoeken wat de schrijver bedoelt.
Wat betekent “moedwillig blijven zondigen”?
Het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, duidt niet op een eenmalige misstap. Het beschrijft een voortdurende, bewuste levenshouding. Letterlijk gaat het om iemand die doelbewust doorgaat met zondigen, terwijl hij de waarheid kent. Dat is iets heel anders dan een gelovige die struikelt, berouw krijgt en terugkeert naar God. De Bijbel kent daar talloze voorbeelden van.
- David viel diep, maar keerde terug.
- Petrus verloochende Heer Yeshua, maar werd hersteld.
- De verloren zoon keerde terug naar zijn vader.
Hebreeën 10 spreekt over een andere houding. Niet over vallen. Maar over bewust blijven lopen in de tegenovergestelde richting.
Er is een groot verschil tussen struikelen
en bewust blijven weglopen van God.
“Nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben”
Ook deze woorden zijn belangrijk. De schrijver spreekt opnieuw over mensen die de waarheid kennen. Niet oppervlakkig. Niet van horen zeggen. Maar mensen die onder het licht van het Evangelie hebben geleefd. Hier zien wij dezelfde lijn als in Hebreeën 6. Hoe groter het ontvangen licht, hoe groter ook de verantwoordelijkheid.
God houdt mensen verantwoordelijk voor het licht dat zij hebben ontvangen.
“Blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over”
Dit is misschien wel de meest verkeerd begrepen zin van het hele hoofdstuk. Sommigen lezen hierin dat God niet meer wil vergeven. Maar dat is niet wat de schrijver zegt.
Hij zegt:|
“Er blijft geen slachtoffer meer over.”
Waarom niet? Omdat er naast het offer van Heer Yeshua geen ander offer bestaat. Wanneer iemand het offer van de Messias bewust verwerpt, blijft er niets anders meer over waarop hij zijn hoop kan vestigen. Niet omdat Gods offer tekortschiet. Maar omdat er nooit een tweede offer is gegeven.
Wie het enige geneesmiddel afwijst,
kan geen ander geneesmiddel verwachten.
De ernst van de waarschuwing
De schrijver vervolgt:
Hebreeën 10:29 (HSV)
“Hoeveel zwaardere straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft, het bloed van het verbond waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft?”
Opnieuw gebruikt de schrijver zeer krachtige woorden. Hij spreekt niet over iemand die een zwak moment heeft. Hij spreekt over iemand die:
- de Zoon van God veracht;
- Zijn offer als onrein beschouwt;
- de Geest van de genade smaadt.
Dat is geen beschrijving van een worstelende gelovige. Dat is de beschrijving van een bewuste verwerping van het Evangelie.
Hoe groter Gods genade wordt geopenbaard,
hoe ernstiger het is om haar bewust af te wijzen.
Gaat het hier over een gelovige die zondigt?
Deze vraag is van groot belang. Veel oprechte christenen zijn bang geworden door Hebreeën 10. Zij denken terug aan een periode waarin zij bewust hebben gezondigd en vragen zich af of deze waarschuwing op hen van toepassing is. Maar laten wij de tekst zorgvuldig lezen. De schrijver spreekt niet over iemand die in zonde valt en daarna berouw krijgt. Hij spreekt ook niet over iemand die worstelt met zwakheid. Hij beschrijft een mens die, ondanks volledige kennis van het Evangelie, bewust en blijvend de kant van de Messias verwerpt. Dat blijkt uit de drie beschrijvingen in vers 29.
- Hij vertrapt de Zoon van God.
- Hij acht het bloed van het verbond onrein.
- Hij smaadt de Geest van de genade.
Dat is geen beschrijving van een kind van God dat huilt over zijn zonde. Dat is de beschrijving van iemand die het Evangelie bewust afwijst.
De waarschuwing is niet gericht aan berouwvolle gelovigen.
Zij is gericht aan mensen die Christus bewust verwerpen.
Waarom waarschuwt de schrijver zo ernstig?
Net als in hoofdstuk 6 moeten wij ons afvragen waarom deze waarschuwing wordt gegeven. Wil de schrijver gelovigen voortdurend bang maken? Nee. Zijn doel is precies het tegenovergestelde. Hij wil voorkomen dat zijn lezers terugkeren naar het oude offersysteem. Want als zij het offer van Heer Yeshua loslaten, blijft er niets meer over waarop zij kunnen vertrouwen. Dat is de kern van zijn waarschuwing.
Wie het enige volmaakte offer afwijst,
heeft geen ander offer meer.
Dan volgt opnieuw bemoediging
Opnieuw is het opvallend dat de schrijver zijn lezers niet achterlaat in angst. Na de waarschuwing spreekt hij juist woorden van vertrouwen.
Hebreeën 10:39 (HSV)
“Maar wij behoren niet tot hen die zich onttrekken en naar het verderf gaan, maar tot hen die geloven, tot behoud van de ziel.”
Dit vers is minstens zo belangrijk als vers 26. De schrijver zegt feitelijk:
“Ik verwacht niet dat jullie deze weg zullen gaan.”
Hij waarschuwt ernstig. Maar hij heeft tegelijkertijd vertrouwen in zijn lezers. Dat zagen wij eerder ook in Hebreeën 6. Steeds wisselen waarschuwing en bemoediging elkaar af.
God waarschuwt Zijn kinderen.
Maar Hij moedigt hen ook aan om vol te houden.
Wat leren wij uit Hebreeën 10?
Wanneer wij het hoofdstuk als geheel lezen, ontstaan enkele duidelijke conclusies.
- Het offer van Heer Yeshua is éénmalig en volledig.
- Naast Zijn offer bestaat geen ander offer voor de zonde.
- De waarschuwing gaat over een bewuste verwerping van dat offer.
- De schrijver spreekt niet over een gelovige die struikelt en berouw heeft.
- Na de waarschuwing spreekt hij opnieuw vertrouwen uit over zijn lezers.
Net als in Hebreeën 3 en Hebreeën 6 is het doel van de waarschuwing niet om gelovigen tot wanhoop te brengen. Het doel is hen te bewaren bij Heer Yeshua.
Gods waarschuwingen zijn een middel waardoor Hij Zijn kinderen bewaart.
12. Hoe passen al deze Bijbelgedeelten samen?
Na het onderzoeken van Johannes 10, Johannes 15, Romeinen 8, Romeinen 11, Hebreeën 3, Hebreeën 6 en Hebreeën 10 staan wij voor de belangrijkste vraag van deze studie.
Spreekt de Bijbel zichzelf tegen?
Op het eerste gezicht lijkt dat soms wel zo. De ene tekst spreekt met grote zekerheid over Gods trouw. Een andere tekst bevat ernstige waarschuwingen. Toch geloven wij dat de Heilige Schrift één geheel vormt. God spreekt nooit met twee tegenstrijdige stemmen. Wanneer twee gedeelten elkaar lijken tegen te spreken, ligt het probleem niet in Gods Woord, maar in ons begrip daarvan.
De waarheid van God is altijd één geheel.
Nooit een verzameling tegenstrijdigheden.
De beloften van God blijven volledig staan
Tijdens deze studie hebben wij indrukwekkende beloften gelezen.
“Niemand zal hen uit Mijn hand rukken.”
“Niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God.”
Deze beloften mogen nooit worden afgezwakt. God liegt niet. Hij verandert niet. Zijn trouw hangt niet af van onze wisselende gevoelens. Wanneer een kind van God struikelt, blijft God Dezelfde. Wanneer een gelovige door een moeilijke periode gaat, laat God hem niet los. Wanneer satan aanklaagt, blijft Gods belofte overeind. Onze zekerheid rust uiteindelijk niet op ons geloof in Gods trouw. Onze zekerheid rust op Gods trouw Zelf.
God is trouwer dan wij ooit kunnen zijn.
Deze teksten geven iedere gelovige diepe zekerheid. Onze redding rust uiteindelijk niet op onze eigen kracht. Zij rust op Gods trouw.
Maar de waarschuwingen blijven eveneens staan
Tegelijkertijd mogen wij de waarschuwingen van de Schrift niet wegredeneren. Heer Yeshua zegt werkelijk:
“Blijf in Mij.”
Paulus schrijft werkelijk:
“Blijf in Zijn goedertierenheid.”
De schrijver van Hebreeën waarschuwt werkelijk:
“Zie erop toe, broeders…”
Deze woorden zijn geen toneelspel. God spreekt niet in schijnwaarschuwingen. Wanneer Hij waarschuwt, bedoelt Hij dat ook. Maar Zijn waarschuwingen zijn niet bedoeld om Zijn kinderen voortdurend bang te maken. Zij zijn bedoeld om hen dicht bij Hem te houden.
God bewaart Zijn kinderen vaak juist door hen te waarschuwen.
De Bijbel kent geen zekerheid zonder gemeenschap.
En geen gemeenschap zonder vertrouwen.
Een voorbeeld uit het dagelijks leven
Een liefdevolle vader zegt tegen zijn kind:
“Ren niet de straat op.”
Die waarschuwing betekent niet dat de vader zijn kind niet liefheeft. Integendeel. Juist omdat hij zijn kind liefheeft, waarschuwt hij. Wanneer het kind luistert, heeft de waarschuwing precies bereikt waarvoor zij bedoeld was. Zo functioneren ook veel waarschuwingen in de Schrift. God gebruikt ze als middel om Zijn kinderen dicht bij Zich te houden. Dat betekent niet dat de waarschuwing onoprecht is. Integendeel. Juist omdat zij echt is, neemt een gelovige haar serieus.
Gods waarschuwingen zijn een uiting van Zijn liefde.
Niet van Zijn ontrouw.
Het verschil tussen struikelen en afvallen
Tijdens deze studie hebben wij een belangrijk onderscheid ontdekt. De Bijbel maakt verschil tussen:
- vallen in zonde;
- geestelijke zwakheid;
- twijfel:
en een bewuste verwerping van Heer Yeshua.
- Petrus viel. Maar hij keerde terug.
- David viel. Maar hij beleed zijn schuld.
- Thomas twijfelde. Maar hij geloofde opnieuw.
Geen van deze mensen wordt door de Schrift beschreven als iemand die de Messias definitief heeft verworpen. Dat onderscheid is van groot belang. Te veel gelovigen leven jarenlang in angst omdat zij iedere zonde verwarren met afval van het geloof. De Hebreeënbrief doet dat niet. Hij spreekt over een bewuste, volhardende verwerping van de Zoon van God.
Een struikelende gelovige zoekt de Herder weer op.
Een afvallige keert Hem bewust de rug toe.
De rode draad van de gehele Schrift
Wanneer wij alle onderzochte gedeelten naast elkaar leggen, verschijnt steeds hetzelfde patroon.
- God neemt het initiatief.
- God roept.
- God redt.
- God rechtvaardigt.
- God heiligt.
- God bewaart.
En dezelfde God roept Zijn kinderen op:
- te geloven;
- te volharden;
- te waken;
- te blijven;
- Zijn stem te blijven volgen.
Dat zijn geen twee verschillende boodschappen. Het zijn twee kanten van hetzelfde verbond.
God bewaart Zijn kinderen.
Zijn kinderen blijven wandelen met hun God.
Wat leert de Bijbel nu werkelijk?
Na het zorgvuldig onderzoeken van de belangrijkste Bijbelgedeelten kunnen wij nu terugkeren naar de vraag waarmee deze studie begon.
“Eens gered, altijd gered?”
Het antwoord blijkt minder eenvoudig te zijn dan een kort “ja” of “nee”. Niet omdat Gods Woord onduidelijk is. Maar omdat de Bijbel twee waarheden tegelijkertijd leert, die nooit tegen elkaar mogen worden uitgespeeld.
Eerste waarheid: God is volkomen trouw
Van Genesis tot Openbaring openbaart God Zich als de God Die Zijn verbond houdt. Hij laat Zijn kinderen niet in de steek. Hij verandert niet. Zijn liefde is geen gevoel dat vandaag aanwezig is en morgen verdwenen. Daarom mogen gelovigen rusten in Zijn beloften.
“Niemand zal hen uit Mijn hand rukken.”
“Niets zal ons scheiden van de liefde van God.”
Dat zijn geen mooie gedachten. Dat zijn goddelijke beloften.
Onze hoop rust op Gods trouw.
Niet op menselijke volmaaktheid.
Tweede waarheid: werkelijk geloof blijft leven
Dezelfde Bijbel leert echter ook dat geloof geen eenmalige gebeurtenis is.
- Geloof leeft.
- Geloof groeit.
- Geloof volhardt.
Daarom klinkt door het hele Nieuwe Testament dezelfde oproep.
- Blijf in Mij.
- Volg Mij.
- Zie erop toe.
- Waak.
- Houd vast.
- Volhard tot het einde.
Deze oproepen zijn niet bedoeld om de gelovige onzeker te maken. Zij beschrijven hoe een levend geloof eruitziet.
Levend geloof is geen stilstaand bezit.
Het leeft in voortdurende gemeenschap met God.
Waarom ontstaan er dan twee kampen?
Door de geschiedenis heen hebben christenen vaak één groep Bijbelteksten zwaarder laten wegen dan de andere. De ene groep leest vooral de beloften. De andere groep leest vooral de waarschuwingen. Maar de Heilige Geest heeft beide laten opschrijven. Wanneer wij de waarschuwingen negeren, ontstaat gemakkelijk een goedkope zekerheid. Wanneer wij de beloften vergeten, ontstaat een leven vol angst. Geen van beide weerspiegelt het volledige Bijbelse beeld.
Gods beloften zonder Zijn waarschuwingen geven een onvolledig Evangelie.
Gods waarschuwingen zonder Zijn beloften eveneens.
Wat is volharding eigenlijk?
Volharding betekent niet dat een gelovige nooit meer zondigt. Ook betekent zij niet dat iemand zichzelf door eigen inspanning behouden houdt. Volharding betekent dat een kind van God, ondanks vallen, strijd en moeite, steeds weer terugkeert naar zijn Vader. Dat zien wij overal in de Schrift. David keerde terug.Petrus keerde terug. De verloren zoon keerde terug. Het kenmerk van Gods kinderen is niet dat zij nooit vallen. Het kenmerk is dat zij niet bij hun val blijven liggen.
Niet het vallen onderscheidt Gods kinderen.
Maar het telkens weer terugkeren naar Hem.
Kan een gelovige nog zondigen?
Ja.
Het Nieuwe Testament laat daar geen twijfel over bestaan. Johannes schrijft zelfs:
“Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf.”
Maar dezelfde Johannes schrijft ook:
“Mijn lieve kinderen, ik schrijf u deze dingen opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader.”
Dat is precies het verschil. Een gelovige leeft niet zorgeloos in de zonde. Maar wanneer hij struikelt, vlucht hij niet van God weg. Hij vlucht juist naar God toe.
De zonde drijft Gods kind niet van de Vader weg.
Zij drijft hem terug naar de Vader.
Wat leert de gehele Schrift?
Wanneer alle onderzochte Bijbelgedeelten samen worden gelezen, ontstaat een opmerkelijk evenwicht.
- Redding is volledig uit genade.
- Het offer van Heer Yeshua is volledig voldoende.
- God bewaart Zijn kinderen.
- Geen macht kan hen uit Zijn hand roven.
- Werkelijk geloof blijft verbonden met Heer Yeshua.
- God waarschuwt Zijn kinderen om hen te bewaren.
- Volharding is geen verdienste, maar het kenmerk van levend geloof.
De Bijbel leert geen goedkope zekerheid.
Maar ook geen leven in voortdurende angst.
13. Praktische toepassing
Een Bijbelstudie is pas werkelijk waardevol wanneer zij niet alleen ons verstand bereikt, maar ook ons hart en ons dagelijks leven verandert. Daarom eindigt de Schrift haar onderwijs zelden met alleen kennis. God openbaart de waarheid altijd met een doel. Niet om discussies te winnen. Maar om Zijn kinderen dichter bij Zich te brengen.
Leef niet in voortdurende angst
Wanneer jij werkelijk op Heer Yeshua vertrouwt, hoef je niet iedere dag bang te zijn dat één verkeerde stap je onmiddellijk buiten Gods genade plaatst. Dat is niet de zekerheid die Heer Yeshua Zijn discipelen gaf. Hij noemde Zichzelf de Goede Herder.Een goede herder jaagt zijn schapen niet voortdurend angst aan. Hij beschermt hen. Hij zoekt hen wanneer zij verdwalen. Hij draagt de zwakken. Hij geneest de gewonden. Dat is het hart van God.
God wil dat Zijn kinderen leven vanuit vertrouwen.
Niet vanuit voortdurende angst.
Maar leef ook niet zorgeloos
Aan de andere kant waarschuwt dezelfde Heer Yeshua Zijn discipelen meerdere keren om te waken. De apostelen doen precies hetzelfde. Wie zegt:
“Mijn keuzes doen er toch niet meer toe.”
heeft de ernst van Gods oproepen niet begrepen. Werkelijk geloof verlangt er juist naar om God te gehoorzamen. Niet uit angst. Maar uit liefde.
Genade maakt gehoorzaamheid niet overbodig.
Genade maakt gehoorzaamheid mogelijk.
Wanneer je struikelt
Iedere gelovige kent momenten van zwakheid. Soms door verkeerde keuzes. Soms door twijfel. Soms door moedeloosheid. Juist op zulke momenten fluistert de tegenstander:
“Nu is het voorbij.
God wil jou niet meer.”
Maar dat is niet de stem van de Goede Herder. De Goede Herder roept Zijn schapen terug. Hij nodigt uit tot bekering. Hij schenkt vergeving aan wie zijn zonden belijdt. Johannes schrijft:
“Als wij onze zonden belijden, is Hij getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.”
Dat vers is geschreven aan gelovigen. Niet aan ongelovigen.
Wie valt, hoeft niet van God weg te vluchten.
Hij mag juist naar Hem toe vluchten.
Blijf dicht bij Heer Yeshua
Misschien is dat wel de belangrijkste les uit deze hele studie.
Niet:
“Probeer jezelf te redden.”
Maar:
“Blijf dicht bij Heer Yeshua.”
- Hij is de Wijnstok.
- Hij is de Goede Herder.
- Hij is onze Hogepriester.
- Hij is onze Voorspraak.
- Hij is Degene Die leeft om voor Zijn volk te pleiten.
Hoe dichter wij bij Hem leven, hoe minder deze discussie uiteindelijk nog een theoretische vraag wordt. Dan wordt het een dagelijkse werkelijkheid.
Het christelijke leven draait uiteindelijk niet om een leerstelling.
Het draait om een levende relatie met Heer Yeshua.
Onderzoek jezelf
Paulus schrijft:
“Onderzoek uzelf of u in het geloof bent; beproef uzelf.”
Dat betekent niet dat wij voortdurend moeten twijfelen aan onze redding. Wel betekent het dat wij eerlijk mogen kijken naar ons leven. Niet met de vraag:
“Ben ik goed genoeg?”
Maar met de vraag:
“Leef ik nog dicht bij mijn Heer?”
Die vraag brengt ons steeds terug naar de kern. Niet onze prestaties. Maar onze gemeenschap met God.
De zekerheid van een gelovige groeit niet door naar zichzelf te kijken.
Zij groeit door te blijven zien op Heer Yeshua.
14. Eindconclusie – Eens Gered, Altijd Gered?
Na een zorgvuldig onderzoek van de belangrijkste Bijbelgedeelten kunnen wij eindelijk terugkeren naar de vraag waarmee deze studie begon.
“Eens gered, altijd gered?”
Deze vraag verdient geen antwoord dat gebaseerd is op een kerkelijke traditie, een theologisch systeem of een losse Bijbeltekst. Zij verdient een antwoord dat voortkomt uit het geheel van Gods Woord.
Wat leert de Bijbel niet?
Tijdens deze studie hebben wij gezien dat de Bijbel twee uitersten afwijst. Aan de ene kant leert de Schrift niet dat een oprechte gelovige na iedere zonde opnieuw verloren raakt. Als dat waar zou zijn, zou niemand behouden kunnen blijven. Petrus zou verloren zijn gegaan. David eveneens. Thomas ook.
De discipelen die vluchtten bij de arrestatie van Heer Yeshua zouden allemaal buiten Gods genade zijn gevallen. Maar de Schrift laat iets anders zien. God herstelt berouwvolle mensen. Hij vergeeft. Hij richt op. Hij laat Zijn kinderen niet los omdat zij zwak zijn.
Een struikelende gelovige vindt bij God geen gesloten deur,
maar een open uitnodiging tot bekering.
Maar de Bijbel leert ook geen goedkope zekerheid
Evenmin leert de Schrift dat de levenswandel van een gelovige er daarna niet meer toe doet.
Heer Yeshua zegt immers:
“Blijf in Mij.”
Paulus zegt:
“Blijf in Zijn goedertierenheid.”
De Hebreeënbrief zegt:
“Zie erop toe, broeders…”
Deze oproepen verliezen hun betekenis wanneer wij ze reduceren tot louter theoretische waarschuwingen.
God spreekt ernstig. En juist daarom behoren wij ernstig te luisteren.
Gods trouw en onze verantwoordelijkheid
De Bijbel plaatst Gods trouw en menselijke verantwoordelijkheid niet tegenover elkaar.
- Hij verbindt ze juist met elkaar.
- God bewaart Zijn kinderen.
- En Gods kinderen blijven dicht bij Hem.
- God schenkt geloof.
- En de gelovige blijft wandelen in dat geloof.
- God geeft eeuwig leven.
- En dat leven blijft verbonden met Heer Yeshua, de Bron van het leven.
Deze waarheden sluiten elkaar niet uit. Zij vullen elkaar aan.
Gods soevereiniteit heft menselijke verantwoordelijkheid niet op.
Menselijke verantwoordelijkheid beperkt Gods soevereiniteit evenmin.
Dus… kan een gelovige zijn redding verliezen?
Wanneer met deze vraag wordt bedoeld:
“Kan een kind van God door iedere zonde of periode van zwakheid opnieuw verloren raken?”
dan is het antwoord:
Nee.
Wanneer de vraag echter luidt:
“Leert de Bijbel dat iemand die Christus bewust, blijvend en definitief verwerpt, ondanks alle ontvangen licht, zonder gevaar blijft?”
dan geven de ernstige waarschuwingen van Heer Yeshua en de Hebreeënbrief alle reden om die mogelijkheid niet lichtvaardig weg te redeneren. Juist daarom kiest deze studie ervoor om beide lijnen van de Schrift volledig te laten staan. Waar God belooft, geloven wij Zijn belofte. Waar God waarschuwt, nemen wij Zijn waarschuwing serieus.
Het antwoord op de titel
De vraag “Eens gered, altijd gered?” kan daarom niet eerlijk worden beantwoord met slechts één korte zin. De Bijbel antwoordt rijker dan een slogan.
- Hij leert dat redding volledig Gods genade is.
- Hij leert dat Gods kinderen veilig zijn in de hand van hun Vader.
- Hij leert dat geen mens, geen demon en geen macht hen uit Gods hand kan roven.
Maar dezelfde Bijbel roept iedere gelovige op om te blijven in Heer Yeshua, te volharden in het geloof en Gods stem vandaag te blijven gehoorzamen.
Daarom is de Bijbelse vraag uiteindelijk niet:
“Hoe dicht kan ik langs de rand van afval leven?”
Maar:
“Hoe dicht kan ik leven bij mijn Heer?”
Laatste samenvatting
- Redding is volledig Gods genade.
- Het offer van Heer Yeshua is volmaakt en volledig.
- God bewaart Zijn kinderen.
- Geen macht kan Gods kinderen uit Zijn hand roven.
- Werkelijk geloof blijft verbonden met Heer Yeshua.
- Gods waarschuwingen zijn echt en dienen om Zijn kinderen te bewaren.
- Volharding is geen verdienste, maar een kenmerk van levend geloof.
- De Bijbel roept iedere gelovige op om vandaag dicht bij God te leven.
God bewaart Zijn kinderen.
Zijn kinderen blijven in Hem.
Aan Hem alleen zij alle eer.
15. Veelgestelde vragen (FAQ)
1. Kan een wedergeboren christen nog zondigen?
Ja.
De apostel Johannes schrijft duidelijk:
“Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf.”
Een wedergeboren gelovige blijft strijden tegen de oude natuur. Het verschil is dat hij de zonde niet langer wil liefhebben of daarin wil blijven leven. Wanneer hij struikelt, brengt de Heilige Geest hem tot berouw en terugkeer naar God.
2. Kan één ernstige zonde mijn redding vernietigen?
Nee.
Wanneer dat zo zou zijn, zou niemand behouden kunnen blijven. David pleegde overspel en moord. Petrus verloochende Heer Yeshua. Toch werden zij door God hersteld nadat zij zich bekeerden. Niet de grootte van de zonde is beslissend, maar de houding van het hart tegenover God.
3. Wat is het verschil tussen struikelen en afval?
Een gelovige kan struikelen, twijfelen of zelfs diep vallen. Afval is iets anders. De Hebreeënbrief beschrijft een bewuste, volhardende verwerping van Heer Yeshua nadat iemand het Evangelie volledig heeft leren kennen. Een struikelende gelovige zoekt vergeving. Een afvallige verwerpt Degene bij Wie vergeving te vinden is.
4. Waarom waarschuwt God Zijn kinderen als Hij hen toch bewaart?
Omdat God Zijn waarschuwingen gebruikt als middel om Zijn kinderen te bewaren. Zoals een liefdevolle vader zijn kind waarschuwt voor gevaar, zo waarschuwt God Zijn volk om dicht bij Hem te blijven.
5. Wat betekent “Blijf in Mij”?
Heer Yeshua roept Zijn discipelen op om voortdurend met Hem verbonden te blijven. Dat gebeurt door geloof, gebed, gehoorzaamheid en gemeenschap met Hem. Zoals een rank leeft uit de wijnstok, zo leeft een gelovige uit Heer Yeshua.
6. Is eeuwig leven alleen iets voor na de dood?
Nee.
Volgens Johannes 17:3 begint eeuwig leven wanneer wij de Vader leren kennen door Heer Yeshua.Het eeuwige leven begint nu en wordt bij Zijn wederkomst volledig zichtbaar.
7. Wat bedoelt de Bijbel met volharding?
Volharding betekent niet dat een gelovige nooit meer struikelt. Volharding betekent dat hij, ondanks strijd en zwakheid, blijft terugkeren naar God en blijft vertrouwen op Heer Yeshua.
8. Kan iemand zekerheid van zijn redding hebben?
Ja. Niet omdat hij op zichzelf vertrouwt. Maar omdat hij vertrouwt op Gods beloften en op het volbrachte werk van Heer Yeshua. Onze zekerheid rust op Gods trouw.
9. Waarom lijken sommige Bijbelteksten elkaar tegen te spreken?
Omdat verschillende teksten verschillende aspecten van dezelfde waarheid belichten.
- Johannes 10 benadrukt Gods bescherming.
- Johannes 15 benadrukt het blijven in Heer Yeshua.
- Romeinen 8 benadrukt Gods liefde.
- Romeinen 11 benadrukt volharding.
- Hebreeën benadrukt de ernst van ongeloof.
Samen vormen zij één harmonieus geheel.
10. Wat is uiteindelijk het antwoord op de vraag: “Eens gered, altijd gered?”
De Bijbel geeft geen eenvoudig antwoord in de vorm van een slogan.
-
- Hij leert dat redding volledig Gods genade is.
- Hij leert dat God Zijn kinderen bewaart.
- Hij leert ook dat werkelijk geloof zichtbaar blijft in een leven dat verbonden is met Heer Yeshua.
- Gods beloften en Gods waarschuwingen spreken elkaar niet tegen.
Zij vormen samen het volledige getuigenis van de Schrift.
11. Wat moet ik doen als ik bang ben dat ik van God ben afgevallen?
Juist het feit dat deze vraag je bezighoudt, laat vaak zien dat je hart nog naar God verlangt. De Hebreeënbrief beschrijft geen gelovigen die bedroefd zijn over hun zonde. Hij beschrijft mensen die Heer Yeshua bewust en definitief verwerpen. Wanneer je verlangt naar Gods vergeving, belijd dan je zonden en vlucht opnieuw tot Heer Yeshua. Hij nodigt zondaren uit om tot Hem te komen.
12. Wat is de belangrijkste les van deze studie?
- Blijf niet hangen in de vraag hoeveel zekerheid je hebt.
- Blijf dicht bij Degene Die jouw zekerheid is.
- De Bijbel roept ons niet op om voortdurend onze redding te analyseren.
- Hij roept ons op om Heer Yeshua te volgen, Zijn stem te horen en in Hem te blijven.
“Mijn schapen horen Mijn stem,
Ik ken ze,
en zij volgen Mij.”
Slotwoord
Het doel van deze studie was niet om een bestaande geloofsrichting te verdedigen. Het doel was om de belangrijkste Bijbelgedeelten eerlijk te onderzoeken en de Schrift zelf te laten spreken. Wanneer wij alle teksten samen lezen, zien wij een God Die volkomen trouw is aan Zijn beloften en Die Zijn kinderen tegelijkertijd oproept om dicht bij Hem te blijven. Daarom eindigen wij waar Heer Yeshua Zelf eindigde.
“Blijf in Mij, en Ik in u.”
Aan de enige waarachtige God, onze Vader,
zij alle eer, door Heer Yeshua, de Messias Die IN ons is.
[end]