De Mensen van het Boek, de Thora, het Evangelie en de Vraag naar Openbaring
Inleiding
Wanneer christenen en moslims met elkaar spreken over geloof, komt vaak de vraag naar voren welke openbaring werkelijk van God afkomstig is. Moslims geloven dat de Koran de laatste openbaring van God is. Christenen geloven dat God Zijn wil heeft geopenbaard door de profeten, door de Schriften en uiteindelijk door Heer Yeshua de Messias.
Een belangrijk onderwerp in deze discussie is de betrouwbaarheid van de Bijbel. Veel moslims geloven dat de oorspronkelijke Thora en het oorspronkelijke Evangelie van God afkomstig waren, maar dat deze later werden veranderd. Christenen wijzen echter op verschillende verzen in de Koran die lijken te bevestigen dat de Thora en het Evangelie in de tijd van Mohammed nog steeds beschikbaar waren en gezag hadden. Eén van de belangrijkste verzen is Koran 10:94. Dit artikel onderzoekt deze kwestie vanuit een christelijk perspectief. Het doel is niet om iemand aan te vallen, maar om zorgvuldig te onderzoeken wat de Koran zelf zegt en welke vragen daardoor ontstaan.
Waarom Koran 10:94 zo belangrijk is
Koran 10:94 luidt:
“Als jij twijfelt over wat Wij aan jou hebben neergezonden, vraag dan degenen die vóór jou het Boek lezen. De waarheid is zeker van jouw Heer tot jou gekomen, behoor daarom niet tot de twijfelaars.”
Dit vers roept direct een belangrijke vraag op. Wie zijn degenen die het Boek lezen? Het antwoord is eenvoudig.
Dat zijn de Joden en christenen.
Zij bezaten reeds de heilige geschriften lang voordat Mohammed verscheen. De Koran verwijst dus naar mensen die de Thora en het Evangelie lezen. Vanuit christelijk perspectief ontstaat onmiddellijk een logische vraag. Waarom zou iemand die zekerheid zoekt worden verwezen naar mensen die een vervalst boek bezitten? Dat zou weinig zin hebben. Stel dat een student twijfelt aan een wiskundesom. De docent zegt:
“Controleer het antwoord in dat leerboek.”
Dan gaat iedereen ervan uit dat het leerboek betrouwbaar is. Niemand verwijst een student naar een boek waarvan bekend is dat het vol fouten staat. Dat is precies waarom Koran 10:94 zo vaak wordt besproken.
De betekenis van de Mensen van het Boek
De Koran gebruikt regelmatig de uitdrukking “Mensen van het Boek”. Hiermee worden vrijwel altijd Joden en christenen bedoeld. De reden daarvoor is dat zij reeds openbaringen van God hadden ontvangen. Volgens de Koran ontving Mozes de Thora.
Koran 2:53 zegt:
“En toen Wij Mozes het Boek gaven.”
Ook lezen we:
Koran 3:3
“Hij heeft jou het Boek met de waarheid neergezonden, bevestigend wat eraan voorafging. En Hij heeft de Thora en het Evangelie neergezonden.”
De Koran erkent dus duidelijk dat de Thora en het Evangelie oorspronkelijk van God afkomstig zijn. Dat punt staat niet ter discussie.
De echte vraag is: Bestonden deze geschriften nog in de tijd van Mohammed?
Koran 5:43 en de Thora
Een opvallend vers vinden we in Koran 5:43.
“Maar hoe kunnen zij jou tot rechter nemen terwijl zij de Thora hebben waarin Gods oordeel staat?”
Dit vers spreekt over Joden die Mohammed raadplegen. De Koran antwoordt feitelijk: Waarom komen jullie naar Mohammed terwijl jullie de Thora bezitten?
Dat is een opmerkelijke uitspraak.
De Koran zegt niet:
“Jullie hadden ooit een Thora.”
De Koran zegt ook niet:
“Jullie Thora is verdwenen.”
De Koran zegt:
“Jullie hebben de Thora.”
Dat lijkt te wijzen op een bestaande, beschikbare tekst.
Koran 5:46 en het Evangelie
Nog belangrijker is Koran 5:46.
“En Wij lieten Yeshua, zoon van Maria, in hun voetsporen volgen, ter bevestiging van wat vóór hem in de Thora was, en Wij gaven hem het Evangelie waarin leiding en licht is.”
Hier beschrijft de Koran het Evangelie als:
- leiding;
- licht;
- afkomstig van God.
Dit zijn krachtige woorden. De Koran spreekt met respect over het Evangelie. Vanuit christelijk perspectief ontstaat daarom opnieuw een vraag. Als het Evangelie leiding en licht bevat, waarom zou het later volledig corrupt zijn geworden?
Koran 5:47 en een zeer belangrijke opdracht
Direct daarna volgt een vers dat vaak over het hoofd wordt gezien.
Koran 5:47
“Laten de mensen van het Evangelie oordelen volgens wat Allah daarin heeft neergezonden.”
Dit vers is uiterst belangrijk. De christenen worden opgeroepen te oordelen volgens het Evangelie. Een opdracht veronderstelt dat het betreffende document beschikbaar is. Niemand kan leven volgens een boek dat verdwenen is. Niemand kan oordelen volgens een tekst die niet meer bestaat. Vanuit christelijk perspectief lijkt dit vers daarom te bevestigen dat het Evangelie in de tijd van Mohammed nog steeds beschikbaar en bruikbaar was.
Koran 5:68 en de oproep aan Joden en christenen
Een nog sterker vers vinden we in Koran 5:68.
“Zeg: O mensen van het Boek, jullie staan nergens op totdat jullie de Thora en het Evangelie onderhouden en wat van jullie Heer tot jullie is neergezonden.”
Ook hier zien we hetzelfde patroon. Joden worden verwezen naar de Thora. Christenen worden verwezen naar het Evangelie. De Koran zegt niet dat deze boeken waardeloos zijn. De Koran zegt niet dat deze boeken vernietigd zijn. De Koran roept de mensen juist op deze boeken te onderhouden. Dat roept een fundamentele vraag op.
Waarom zou God mensen bevelen een vervalste openbaring te volgen?
Wat betekent dit logisch gezien?
Laten we de redenering vereenvoudigen.
Stap 1. God gaf de Thora.
Stap 2. God gaf het Evangelie.
Stap 3. De mensen van het Boek bezitten deze geschriften.
Stap 4. De Koran verwijst naar deze geschriften.
Stap 5. De Koran roept mensen op deze geschriften te volgen.
De logische conclusie lijkt te zijn dat deze geschriften nog steeds gezag hebben. Dat betekent niet automatisch dat christendom en islam hetzelfde leren. Maar het betekent wel dat de Koran de eerdere openbaringen serieus lijkt te nemen.
De vraag van de tekstvervalsing
Veel moslims antwoorden dat de Bijbel oorspronkelijk betrouwbaar was maar later werd vervalst. Dat klinkt op het eerste gezicht logisch.Maar zodra we die bewering onderzoeken ontstaan nieuwe vragen:
- Wanneer gebeurde die vervalsing?
- Wie voerde die uit?
- Welke teksten werden veranderd?
- Waar zijn de oorspronkelijke teksten gebleven?
- Waarom verwijst de Koran nog steeds naar de Thora en het Evangelie?
- Deze vragen zijn belangrijk omdat historische claims bewijs vereisen.
Wat leert de geschiedenis?
Vandaag beschikken onderzoekers over duizenden oude Bijbelmanuscripten. Deze manuscripten komen uit verschillende landen. Zij werden gekopieerd door verschillende groepen. Zij dateren van eeuwen vóór Mohammed. Voorbeelden zijn:
- Codex Sinaiticus
- Codex Vaticanus
- Codex Alexandrinus
- Daarnaast bestaan er veel oudere papyri.
Wanneer onderzoekers deze manuscripten vergelijken blijkt dat de kernboodschap van het Nieuwe Testament hetzelfde is gebleven. Dat betekent dat de Bijbel die vandaag wordt gelezen dezelfde centrale boodschap bevat als de Bijbel die eeuwen vóór Mohammed bestond.
De cruciale vraag
Dit brengt ons bij een fundamentele vraag. Als de Bijbel vóór Mohammed al bestond in vrijwel dezelfde vorm als vandaag, wanneer zou de vermeende vervalsing dan hebben plaatsgevonden? Indien de vervalsing vóór Mohammed plaatsvond, waarom verwijst de Koran naar deze geschriften? Indien de vervalsing na Mohammed plaatsvond, waar zijn dan de oudere manuscripten met een andere inhoud? Deze vragen vormen een belangrijk onderdeel van christelijke apologetiek.
Wat zei Heer Yeshua over de Schrift?
De Bijbel spreekt met groot vertrouwen over Gods Woord.
Johannes 10:35:
“De Schrift kan niet gebroken worden.”
Mattheüs 24:35:
“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan.”
Jesaja 40:8:
“Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig.”
Volgens de Bijbel bewaart God Zijn Woord. Christenen zien hierin een belangrijke reden waarom de Bijbel door de eeuwen heen bewaard is gebleven.
Waarom dit onderwerp zo belangrijk is
Het debat gaat uiteindelijk niet over papier, inkt of oude manuscripten. Het gaat over de vraag:
- hoe God Zich openbaart.
- Kan God Zijn openbaring bewaren?
- Kan God ervoor zorgen dat Zijn boodschap de mensheid bereikt?
- Kan Gods waarheid verloren gaan?
Dat zijn de echte vragen achter deze discussie.
Vooruitblik naar Deel 2
In dit eerste deel hebben we gezien dat de Koran de Thora en het Evangelie erkent, naar de mensen van het Boek verwijst en hen oproept hun geschriften te volgen. In het volgende deel onderzoeken we een nog belangrijker onderwerp. De Koran verklaart meerdere keren dat niemand Gods woorden kan veranderen.
- Wat betekent dat?
- Kan Gods openbaring worden vervalst?
- Wat leert de Koran werkelijk over het veranderen van Gods Woord?
- En hoe verhouden deze uitspraken zich tot de islamitische leer van tahrif, de vermeende vervalsing van de Bijbel?
Dat zullen we stap voor stap onderzoeken.
>>Deel 2. Kan Gods Openbaring Worden Vervalst?<<
biblehub
Quran Onlinehttps://quran.com/