
Gods Woord Geopenbaard in Yeshua
Bijbelse beelden, schaduwen en wie wij in Yeshua zijn
Introductie
Wie de Bijbel leest, komt steeds weer dezelfde beelden tegen: een lam, een rots, een herder, een tempel, brood dat uit de hemel valt. Het zijn bekende woorden, maar hun diepste betekenis ligt niet altijd aan de oppervlakte. Veel van wat de Schrift beschrijft, wijst verder dan zichzelf. Het wijst naar Yeshua de Messias.
In het Oude Testament zien we die werkelijkheid vaak nog in schaduwen, typen en beloften. In het Nieuwe Testament krijgt zij een gezicht: in wie Yeshua is, in wat Hij heeft gedaan, in Zijn Koninkrijk en in Zijn aanwezigheid onder Zijn volk. Zo blijkt de Bijbel één doorlopend verhaal te zijn, dat van begin tot eind op Hem gericht is.
In dit artikel zetten we een aantal van die beelden en uitspraken op een rij, in twee overzichtelijke tabellen. Bij elk begrip staat wat de Schrift ermee bedoelt en hoe het in Yeshua werkelijkheid wordt. Soms gaat achter een heel vertrouwd woord een rijkdom schuil die we gemakkelijk over het hoofd zien.
Yeshua zei het zelf: “Deze zijn het die van Mij getuigen” (Johannes 5:39). En na Zijn opstanding legde Hij de discipelen uit, “beginnend bij Mozes en al de Profeten, wat in al de Schriften over Hem geschreven was” (Lukas 24:27).
De eerste tabel laat zien wie Yeshua is. De tweede laat zien wie wij in Hem zijn geworden, en hoe Gods Koninkrijk nu al werkzaam is onder Zijn volk, terwijl we tegelijk uitzien naar de volle openbaring ervan.
- Tabel 1: Bijbelse beelden en schaduwen, vervuld in Yeshua
- Tabel 2: Geestelijke werkelijkheden: wie wij in Yeshua zijn
Tabel 1 — Bijbelse beelden en schaduwen, vervuld in Yeshua
| Bijbels beeld of schaduw | Vervulling in Yeshua de Messias | Bijbelse verwijzingen |
|---|---|---|
| Het Manna uit de hemel | Het manna hield Israël in leven, maar maar voor één dag. Yeshua is het ware Brood uit de hemel: wie van Hem eet, leeft voor altijd. | Johannes 6:32-35, 48-51 |
| De Hogepriester | De aardse priesters dienden een tijd en stierven. Yeshua is de eeuwige Hogepriester, die altijd leeft om voor Zijn volk te pleiten. | Hebreeën 4:14-16; Hebreeën 7:24-25 |
| De Ark van het Verbond | De ark was de plaats waar God Zijn aanwezigheid liet rusten te midden van Zijn volk. In Yeshua is die aanwezigheid zelf onder ons komen wonen, en door Zijn bloed hebben wij toegang tot de genadetroon. | Exodus 25:10-22; Johannes 1:14; Hebreeën 9:4-5, 11-12 |
| De Deur van de Schaapskooi | Er is maar één ingang. Door Yeshua vinden we redding, bescherming en gemeenschap met God. | Johannes 10:7-9 |
| De Goede Herder | Yeshua kent Zijn schapen bij naam. Hij leidt, beschermt en verzorgt hen, en Hij gaf Zijn leven voor hen. | Johannes 10:11-15 |
| Het Licht van de Wereld | Waar Yeshua komt, wordt het licht. Hij maakt Gods waarheid zichtbaar en verdrijft de geestelijke duisternis. | Johannes 8:12 |
| De Wijnstok | Een rank kan niet los van de wijnstok leven. Zo komt alle geestelijk leven en alle vrucht voort uit verbondenheid met Yeshua. | Johannes 15:1-8 |
| De Laatste Adam | Door de eerste Adam kwam de dood in de wereld. Door Yeshua, de laatste Adam, komen leven en herstel. | Romeinen 5:12-19; 1 Korinthe 15:45-49 |
| De Bruidegom | Yeshua heeft Zijn volk liefgehad als een bruid en ziet uit naar de dag waarop Hij met haar verenigd wordt. | Mattheüs 25:1-13; Efeziërs 5:25-32; Openbaring 19:7 |
| De Eersteling | Zijn opstanding is de eerste vrucht van de oogst. Zij staat er garant voor dat allen die bij Hem horen ook zullen opstaan. | 1 Korinthe 15:20-23 |
| De Koning | Yeshua regeert nu al over Zijn volk. Eens zal Zijn heerschappij over de hele aarde voor iedereen zichtbaar zijn. | Mattheüs 28:18; Openbaring 11:15 |
| De Weg | Er is geen omweg. Alleen door Yeshua komt een mens bij de Vader. | Johannes 14:6 |
| De Waarheid | Wie Yeshua ziet, ziet wie God werkelijk is: Zijn karakter, Zijn wil en Zijn werkelijkheid, volmaakt geopenbaard. | Johannes 14:6; Johannes 1:18 |
| Het Leven | Alle geestelijk en eeuwig leven begint bij Hem en stroomt uit Hem voort. | Johannes 11:25; Johannes 14:6 |
| De Opstanding | De dood heeft niet het laatste woord. Yeshua heeft hem overwonnen en geeft leven aan ieder die in Hem gelooft. | Johannes 11:25-26 |
| Het Woord van God | In Yeshua spreekt God niet alleen, Hij laat Zich zien. Hij is het levende Woord door wie de Vader bekend wordt. | Johannes 1:1-14; Openbaring 19:13 |
| De Erfgenaam van alle dingen | De Vader heeft alles aan Yeshua gegeven. Hij is de erfgenaam van de hele schepping. | Hebreeën 1:2 |
| Immanuel | God met ons. In Yeshua kwam God naar de mensen toe om onder ons te wonen en Zich bekend te maken. | Jesaja 7:14; Mattheüs 1:23 |
| De Tempel | De tempel in Jeruzalem wees vooruit naar Yeshua. In Hem woont de volle godheid lichamelijk, en door Hem worden ook de gelovigen samen een geestelijke tempel. | Johannes 2:19-21; Johannes 1:14; Kolossenzen 2:9; Kolossenzen 1:19; Efeziërs 2:21-22 |
| Het Pascha Lam | Het bloed van het paaslam beschermde Israël in de nacht van het oordeel. Zo beschermt het offer van Yeshua allen die in Hem geloven tegen zonde en dood. | Exodus 12; Johannes 1:29; 1 Korinthe 5:7 |
| De Rots in de Woestijn | In de dorre woestijn stroomde water uit de rots. Zo geeft Yeshua levend water aan iedereen die dorst heeft en tot Hem komt. | Exodus 17:6; 1 Korinthe 10:4; Johannes 7:37-39 |
| De Koperen Slang | Wie in de woestijn naar de koperen slang opkeek, bleef in leven. Zo ontvangt ieder die naar Yeshua opziet leven en redding. | Numeri 21:8-9; Johannes 3:14-15 |
| Het Hoofd van het Lichaam | Een lichaam volgt zijn hoofd. De Gemeente ontvangt haar richting, haar leven en haar groei van Yeshua. | Efeziërs 1:22-23; Kolossenzen 1:18 |
| De Hoeksteen | De steen die de bouwers afkeurden, werd de hoeksteen. Op Yeshua rust het hele geestelijke huis van God. | Psalm 118:22; Efeziërs 2:20; 1 Petrus 2:6-7 |
| Het Zaad van Abraham | God beloofde Abraham dat in zijn nakomeling alle volken gezegend zouden worden. Die belofte gaat in Yeshua in vervulling en staat open voor iedereen. | Genesis 22:18; Galaten 3:16, 29 |
Tabel 2 — Geestelijke werkelijkheden: wie wij in Yeshua zijn
| Bijbelse uitspraak | Geestelijke werkelijkheid | Belangrijke teksten |
|---|---|---|
| Het Koninkrijk van God is in u | Het Koninkrijk is niet alleen iets voor later. Het begint nu al, overal waar Yeshua als Koning regeert in het hart van gelovigen. Waar de Koning is, daar is Zijn Koninkrijk. En omdat Hij in ons woont, is Zijn Koninkrijk in ons. | Lukas 17:21; Romeinen 14:17; Kolossenzen 1:13 |
| Ik leef, maar niet meer ik | De oude mens is met Yeshua gekruisigd. Wat nu leeft, wordt gedragen door Hem die in ons woont. We volgen Zijn voorbeeld: we leven naar de Wet, maar niet onder de Wet. | Galaten 2:20; Romeinen 6:6; Romeinen 6:14; 1 Korinthe 9:21; Romeinen 8:4 |
| Gestorven met Christus | God ziet de gelovige als gestorven: aan de macht van zonde en dood, aan de wereld en aan de oude natuur. | Romeinen 6:3-11; Kolossenzen 3:3 |
| Opgewekt met Christus | Wie met Hem gestorven is, staat ook met Hem op tot een nieuw leven. Gestorven voor het vlees, maar levend door de Geest van Yeshua, hier en nu, in dit lichaam. | Efeziërs 2:5-6; Kolossenzen 3:1 |
| Nieuwe schepping | Het oude is voorbij. De gelovige krijgt een nieuwe identiteit, vrij van zonde en dood, en begint een vernieuwd leven in Yeshua. | 2 Korinthe 5:17 |
| Tempel van God | God woont niet langer in een gebouw van steen. Door Zijn Geest woont Hij in de gelovige zelf. | 1 Korinthe 3:16; 1 Korinthe 6:19 |
| Priesters van God | Er is geen tussenpersoon meer nodig. Gelovigen mogen rechtstreeks tot de Vader naderen en Hem geestelijke offers brengen. | 1 Petrus 2:5, 9; Openbaring 1:6 |
| Het lichaam van Christus | Alle gelovigen samen vormen één lichaam, met Yeshua als het Hoofd. Ieder lid heeft zijn eigen plaats en taak. | 1 Korinthe 12:12-27; Efeziërs 1:22-23 |
| Licht van de wereld | Yeshua is het Licht, en wie Hem volgt, gaat dat licht weerspiegelen. Zo laten gelovigen Gods waarheid en karakter zien in een donkere wereld. | Mattheüs 5:14-16 |
| Zout der aarde | Zout gaat bederf tegen en geeft smaak. Zo gebruikt God Zijn volk om invloed uit te oefenen in de wereld. Door de gelovige gaat God bederf en onheil in de wereld tegen. | Mattheüs 5:13 |
| Vreemdelingen en bijwoners | Omdat we in Yeshua voor het vlees gestorven zijn, horen we hier niet meer echt thuis. We wonen in de wereld, maar als vreemdelingen. | 1 Petrus 2:11; Hebreeën 11:13 |
| Wedergeboren | Een nieuwe geboorte, uit God. In Yeshua zijn we een nieuwe schepping en leven we door Hem een geestelijk leven. | Johannes 3:3-8; 1 Petrus 1:23 |
| Kinderen van God | Wie in Yeshua gelooft, wordt een zoon of dochter van God, met alle rechten van een kind in Zijn huis. | Johannes 1:12; Romeinen 8:14-17 |
| Christus in u | Yeshua woont door Zijn Geest in de gelovige en vormt daar stap voor stap Zijn eigen karakter. | Kolossenzen 1:27; Johannes 14:23 |
| God woont onder mensen | Wat eens alleen in de tempel gebeurde, is nu werkelijkheid onder Zijn volk: door Zijn Geest woont God in hun midden. | 2 Korinthe 6:16; Openbaring 21:3 |
| Wij zijn één in Christus | De muren tussen volken zijn afgebroken. Gelovigen uit alle naties vormen samen één geestelijke familie. | Galaten 3:28; Efeziërs 2:14-22 |
| Hemelse plaatsen | Al leven we op aarde, geestelijk hebben we nu al een plaats bij de Messias in de hemelse gewesten. | Efeziërs 2:6 |
| Vrucht dragen | Geestelijke groei laat zich zien. De vrucht van de Geest en het karakter van Yeshua worden steeds duidelijker zichtbaar in het leven van de gelovige. | Johannes 15:1-8; Galaten 5:22-23 |
| Bekleed met Christus | Zoals kleding je omhult, zo omhult Yeshua de gelovige. Wie we zijn, wordt bepaald door onze verbondenheid met Hem. | Galaten 3:27 |
| Burger van de hemel | We wonen op aarde, maar ons echte burgerschap ligt in Gods hemelse Koninkrijk. | Filippenzen 3:20 |
| Verzegeld met de Geest | God zet Zijn zegel op Zijn volk: Zijn Geest. Daarmee zijn we Zijn eigendom, en Zijn Geest in ons weerstaat de boze. (Zie ook “Licht van de wereld” en “Zout der aarde”.) | Efeziërs 1:13-14 |
| Levend offer | Niet een deel, maar het hele leven van de gelovige wordt aan God gewijd. | Romeinen 12:1 |
| De oude mens afleggen | Zoals je oude kleren uittrekt, laat de gelovige zijn vroegere manier van leven achter zich om te wandelen naar Gods wil. | Efeziërs 4:22-24; Kolossenzen 3:9-10 |
| Wandelen in de Geest | Niet het vlees of onze eigen wil bepaalt de koers, maar Gods Geest. | Galaten 5:16-25 |
| Het eeuwige leven bezitten | Eeuwig leven begint niet pas na de dood, maar nu al: in het kennen van God en Zijn Messias. Omdat we in Yeshua gestorven zijn, leven we in de geest voor altijd in Hem. | Johannes 17:3; 1 Johannes 5:11-13 |
Bron voor tekstvergelijking: Bible Hub