De moeilijke teksten beantwoord
Belangrijk: deze website gebruikt specifieke Hebreeuwse/Bijbelse definities voor begrippen als God, Messias, Heilige Geest, Aanbidding en Zoon van God. Lees daarom eerst: Hoe deze website te lezen.
Inleiding
Op deze website leggen we uit dat er één God is, de Vader, en dat Heer Yeshua Zijn Zoon is: het Beeld van de onzichtbare God, Degene door Wie de Vader Zich bekend heeft gemaakt. Wie dat voor het eerst leest, denkt al snel aan een paar bekende teksten die iets anders lijken te zeggen. “En Johannes 1:1 dan?” “Thomas noemde Hem toch ‘mijn God’?”
Dat zijn eerlijke vragen. Ze verdienen ook een eerlijk antwoord. Daarom gaan we die teksten hier niet uit de weg. We nemen ze één voor één door, rustig en in hun eigen verband. Een uitleg die alleen overeind blijft zolang je de lastige verzen overslaat, is tenslotte geen goede uitleg.
Bij elke tekst stellen we steeds dezelfde drie vragen:
- Wat lijkt deze tekst op het eerste gezicht te zeggen?
- Wat zegt de directe context, vaak hetzelfde hoofdstuk of zelfs hetzelfde vers?
- Hoe past de tekst bij wat de Bijbel verder duidelijk leert over de Vader en de Zoon?
Leg uw eigen Bijbel er gerust naast. En toets alles, ook wat hier staat.
Een sterke uitleg ontwijkt de moeilijke teksten niet,
maar leest ze eerlijk in hun context.
Uitgebreide uitleg
1. Johannes 1:1 – “Het Woord was God”
Johannes 1:1 (HSV)
In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
Van alle teksten in deze discussie wordt deze waarschijnlijk het vaakst aangehaald. Toch zegt hetzelfde vers eerst iets anders, en dat is belangrijk: het Woord was bij God. Wie bij iemand is, is niet die ander zelf. Johannes maakt dus al in zijn eerste zin onderscheid tussen het Woord en God.
In het Grieks staat bij “bij God” een lidwoord: de God. Bij “het Woord was God” ontbreekt dat lidwoord. Veel uitleggers lezen daarin niet dat het Woord “de God” is, maar een beschrijving van wat het Woord is: goddelijk van aard, het volmaakte Beeld van God. Dat sluit aan bij wat Johannes een paar verzen later schrijft:
Johannes 1:18 (HSV)
Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de
Vader is, Die heeft Hem ons verklaard.
Johannes opent zijn evangelie dus niet met de boodschap dat de Zoon de Vader is. Hij laat zien dat de Zoon bij de Vader was, Hem volmaakt vertegenwoordigt en Hem aan ons bekendmaakt. Ook in het Hebreeuwse denken kan “God” (Elohim) gebruikt worden voor iemand die met Gods gezag optreedt. God zei het zelfs tegen Mozes:
Exodus 7:1 (HSV)
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik heb u tot een god voor de farao gesteld…
Mozes werd daardoor niet de Allerhoogste. Hij trad op met Gods gezag. Het Woord draagt dat gezag in de volmaakte zin: alle dingen zijn door Hem ontstaan (Johannes 1:3). Paulus zegt in 1 Korinthe 8:6 precies hetzelfde: alle dingen zijn uit de Vader en door de Zoon.
Het Woord was bij God en draagt Gods natuur en gezag. Maar de onzichtbare
God die niemand ooit gezien heeft, is de Vader.
2. Johannes 20:28 – “Mijn Heere en mijn God!”
Johannes 20:28 (HSV)
En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!
Thomas ziet de opgestane Heer voor zich staan en roept dit uit. Kijk dan wel even naar wat er elf verzen eerder staat, in hetzelfde hoofdstuk. Daar zegt Yeshua Zelf, ná Zijn opstanding:
Johannes 20:17 (HSV)
…Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God.
De opgestane Yeshua heeft dus Zelf een God. Thomas spreekt Hem daarom niet tegen. Hij herkent in Yeshua de volmaakte openbaring van God. Daar had Yeshua de discipelen eerder al op voorbereid: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Johannes 14:9). Wie de Zoon ziet, ziet de Vader door Hem heen.
Direct daarna vertelt Johannes zelf waarom hij dit alles heeft opgeschreven:
Johannes 20:31 (HSV)
Maar deze zijn beschreven opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God…
Het doel van het evangelie is dus niet dat we geloven dat Yeshua de Vader is. Het doel is dat we geloven dat Hij de Messias is, de Zoon van God.
In hetzelfde hoofdstuk noemt de opgestane Yeshua de Vader “Mijn God”.
Thomas ziet in de Zoon de God Die Hij openbaart.
3. Hebreeën 1:8 – “Uw troon, o God”
Hebreeën 1:8-9 (HSV)
Maar tegen de Zoon: Uw troon, o God, duurt in alle eeuwigheid… daarom heeft God,
Uw God, U gezalfd met olie van vreugde boven Uw metgezellen.
Hier wordt de Zoon inderdaad “God” genoemd. Lees het citaat alleen wel tot het eind. In het volgende vers staat dat God, Uw God, de Zoon heeft gezalfd. Degene die “God” genoemd wordt, heeft dus Zelf een God boven Zich, Die Hem zalft en verhoogt.
Het citaat komt uit Psalm 45. Dat lied werd oorspronkelijk gezongen bij de troonsbestijging van een koning van Israël, die met eerbied werd aangesproken als Gods vertegenwoordiger op aarde. De schrijver van Hebreeën laat zien dat die woorden hun volle betekenis krijgen in de Zoon, de Messias. Hij is de Koning met het hoogste gezag. Maar dat gezag heeft Hij ontvangen van Zijn God.
Dezelfde tekst die de Zoon “God” noemt, zegt ook:
God, Uw God, heeft U gezalfd.
4. Jesaja 9:5 – “Sterke God, Eeuwige Vader”
Jesaja 9:5 (HSV)
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder.
Men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
Deze profetie gaat over de Messias, en ze is prachtig. Toch zegt ze niet dat de Messias de Vader is. Let eerst op hoe het vers begint: een Kind wordt geboren, een Zoon wordt gegeven. Gegeven door wie? Door God. De Allerhoogste Zelf wordt niet geboren en ook niet gegeven.
Hebreeuwse namen zeggen vaak iets over God, of over de opdracht van degene die de naam draagt. Elia betekent “mijn God is YHWH”, en niemand denkt dat Elia daarmee God zelf was. Zo beschrijven ook de titels van de Messias wie Hij voor Zijn volk zal zijn.
- Sterke God (El Gibbor): een machtige held, met goddelijke kracht toegerust.
- Eeuwige Vader: iemand die voor altijd als een vader voor zijn volk zorgt. De Bijbel gebruikt “vader” vaker zo voor een leider. Eljakim zou bijvoorbeeld “tot een vader” zijn voor de inwoners van Jeruzalem (Jesaja 22:21).
De Messias is de eeuwige Koning Die als een vader Zijn volk beschermt, verzorgt en in alles voorziet. Dat is iets heel anders dan zeggen dat Hij de onzichtbare Vader in de hemel is.
Een Zoon wordt ons gegeven. De Gever is de Vader;
de Gegevene is de Zoon.
5. Johannes 8:58 – “Voordat Abraham was, ben Ik”
Johannes 8:58 (HSV)
Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Voordat Abraham was, ben Ik.
Veel mensen horen hier een echo van “Ik ben die Ik ben” uit Exodus 3:14, en zien daarin het bewijs dat Yeshua de Allerhoogste is. Kijk dan eerst naar het gesprek waarin Yeshua dit zegt. Een paar verzen eerder lezen we:
Johannes 8:56 (HSV)
Abraham, uw vader, verheugde zich erop dat hij Mijn dag zou zien;
en hij heeft hem gezien en zich verblijd.
De Joden werpen tegen dat Yeshua nog geen vijftig jaar oud is. Hoe kan Hij Abraham dan gezien hebben? Yeshua antwoordt dat Hij al bestond vóór Abraham. Dat is precies wat deze website ook leert: de Zoon bestond al vóór Zijn geboorte als mens. Hij was het die in het Oude Testament verscheen en sprak, en Abraham heeft Hem gezien.
In hetzelfde hoofdstuk maakt Yeshua bovendien telkens onderscheid tussen Zichzelf en de Vader. Hij zegt dat Hij van God is uitgegaan en dat de Vader Hem gezonden heeft (Johannes 8:42), en dat het Zijn Vader is Die Hem eert (Johannes 8:54).
Johannes 8:58 laat zien dat de Zoon al vóór Abraham bestond.
Het zegt niet dat de Zoon de Vader is.
6. Johannes 10:30 – “Ik en de Vader zijn één”
Johannes 10:30 (HSV)
Ik en de Vader zijn één.
Wat bedoelt Yeshua met “één”? Dat legt Hij Zelf uit, een paar hoofdstukken verder, als Hij voor Zijn discipelen bidt:
Johannes 17:22 (HSV)
En Ik heb de heerlijkheid die U Mij gegeven hebt, hun gegeven,
opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn.
De discipelen worden geen één persoon. Ze worden één in wil, doel en liefde. Zo zijn ook de Vader en de Zoon één: de Zoon doet volmaakt de wil van de Vader. Daar gaat het in Johannes 10 ook over. Niemand kan de schapen uit de hand van de Zoon rukken, en niemand kan ze uit de hand van de Vader rukken (Johannes 10:28-29). Ze doen hetzelfde werk.
Toen de Joden Hem beschuldigden van godslastering, verdedigde Yeshua Zich niet met de woorden dat Hij God de Vader was. Hij zei juist:
Johannes 10:36 (HSV)
…zegt u dan tegen Hem Die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: U lastert God, omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon?
Yeshua legt Zelf uit wat “één” betekent: één zoals Hij wil dat Zijn discipelen één zijn.
En Zijn eigen verdediging was: Ik ben Gods Zoon.
7. Filippenzen 2:6 – “In de gestalte van God”
Filippenzen 2:6 (HSV)
Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als een roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn.
“In de gestalte van God” sluit aan bij wat Paulus elders schrijft: de Zoon is het Beeld van de onzichtbare God (Kolossenzen 1:15). Hij droeg Gods heerlijkheid en gestalte. Maar wat deed Hij daarmee? Hij greep niet naar gelijkheid met God. Hij vernederde Zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood.
Kijk ook hoe dit gedeelte afloopt. God verhoogt Hem en geeft Hem de Naam boven alle naam, zodat iedereen belijdt dat Yeshua de Heere is:
Filippenzen 2:11 (HSV)
en elke tong belijdt dat Jezus Christus de Heere is, tot eer van God de Vader.
De hoogste eer die de Zoon ontvangt, loopt uit op de eer van de Vader. De Zoon wordt verhoogd door God, en Zijn verhoging is tot eer van God de Vader.
De Zoon droeg de gestalte van God, vernederde Zichzelf, en werd door
God verhoogd, tot eer van God de Vader.
8. Mattheüs 28:19 – “In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”
Mattheüs 28:19 (HSV)
Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
In deze tekst worden de Vader, de Zoon en de Heilige Geest samen genoemd. Maar dat er drie genoemd worden, betekent niet dat het drie Goden zijn, of drie goddelijke personen die samen één God vormen. Dat staat er gewoon niet.
“In de Naam van” betekent in de Bijbel: met het gezag van, in verbondenheid met. In het artikel over de Naam van de Vader zagen we al dat “Naam” staat voor identiteit en gezag. De doop brengt iemand in verbinding met de Vader, met de Zoon Die Hem openbaart, en met de Geest van de Vader Die in de gelovige komt wonen.
Het is ook opvallend hoe de apostelen deze opdracht in de praktijk uitvoerden. Op de Pinksterdag zei Petrus:
Handelingen 2:38 (HSV)
Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van
Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.
De Heilige Geest wordt hier een gave genoemd, iets wat God geeft. Dat past bij wat de Bijbel steeds laat zien: de Heilige Geest is de Geest van de Vader, Zijn aanwezigheid en kracht, geen aparte God naast Hem (Mattheüs 10:20).
Drie genoemd betekent niet drie Goden. De Vader is de Bron,
de Zoon Zijn openbaring, de Geest Zijn gave.
9. 1 Johannes 5:7 – “Deze Drie zijn één”
1 Johannes 5:7 (HSV)
Want Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en
de Heilige Geest; en deze Drie zijn één.
Op het eerste gezicht lijkt dit de duidelijkste tekst van allemaal. Toch moet hier iets belangrijks over gezegd worden, en dat is geen kwestie van mening maar van handschriften. Deze woorden komen niet voor in de oudste Griekse handschriften van de brief van Johannes. Ze duiken pas veel later op, eerst in Latijnse handschriften. Daarom laten veel moderne vertalingen ze weg of zetten ze tussen haken. De HSV volgt de Textus Receptus en heeft ze wel.
Zonder deze latere toevoeging zegt het gedeelte dat er drie getuigen zijn op aarde: de Geest, het water en het bloed (1 Johannes 5:8). Johannes spreekt daar over het getuigenis dat Yeshua de Zoon van God is (1 Johannes 5:5).
Een leer die op deze ene zin moet steunen, steunt op woorden
die in de oudste handschriften niet voorkomen.
10. Jesaja 63:16 – “U, HEERE, bent onze Vader”
Jesaja 63:16 (HSV)
…U, HEERE, bent onze Vader…
Deze tekst wordt soms aangehaald tegen de uitleg dat Israël de Vader nog niet kende. Het Oude Testament noemt God immers een paar keer Vader (zie ook Deuteronomium 32:6, Jesaja 64:8, Jeremia 3:19 en Maleachi 2:10).
Dat klopt. Alleen is “Vader” in die teksten een aanduiding voor God als Schepper en als Vader van het volk Israël als geheel. Het gaat om het volk, niet om de persoonlijke band van een kind met zijn Abba. Die persoonlijke openbaring van de Vader komt pas door de Zoon. Heer Yeshua zegt dat niemand de Vader kent dan de Zoon, en degene aan wie de Zoon Hem wil openbaren (Mattheüs 11:27). Tegen de leiders van Zijn tijd, die de Vader hun God noemden, zei Hij zelfs dat ze Hem niet kenden (Johannes 8:54-55).
Ook deze tekst past dus in de lijn van deze website. Niet elke keer dat YHWH in de tekst staat, gaat het om Zijn zichtbare openbaring. Maar elke keer dat YHWH gezien en gehoord werd, was het de Zoon.
Israël kende God als Vader van het volk.
De Zoon maakte Hem bekend als Abba, Vader.
Conclusie
Wie deze teksten zorgvuldig leest, ziet een opvallend patroon. Bijna altijd staat in hetzelfde vers of hoofdstuk ook het onderscheid tussen de Vader en de Zoon. Het Woord is bij God. Thomas spreekt, maar kort daarvoor zegt Yeshua “Mijn God”. De Zoon wordt “God” genoemd, maar “God, Uw God” zalft Hem. Een Zoon wordt gegeven. De Zoon wordt verhoogd tot eer van God de Vader.
Deze teksten laten de Zoon zien in Zijn grote heerlijkheid, en die willen we nooit kleiner maken. Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Heer, de Messias, Degene door Wie alle dingen zijn. Maar ze maken Hem niet tot de Vader, en ze maken van de ene God geen drie.
Onderzoek het zelf. Lees de verzen in hun verband, met gebed en een open hart, en laat de Bijbel zichzelf uitleggen.
Er is één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en één Heere,
Yeshua de Messias, door Wie alle dingen zijn.
Lees ook:
>> De Naam, de Natuur en de Openbaring van God de Vader <<
