De Goddelijke oorsprong van De Messias
Trinitariërs beweren vaak dat Heer Yeshua de titel “Zoon van God” voornamelijk draagt vanwege Zijn wonderbare ontvangenis en geboorte in Bethlehem. Volgens deze opvatting is Zijn Zoonschap rechtstreeks verbonden aan Zijn incarnatie en wordt het daarom gezien als ee aardse aanduiding. De Schrift vertelt echter een heel ander verhaal. Bij Zijn incarnatie—toen Hij menselijk vlees aannam—werd Heer Yeshua niet de Zoon van God maar; Hij werd de Zoon des Mensen, doordat Hij via Maria het menselijke geslacht binnenging. Zijn identiteit als Zoon van God ontstond niet in Bethlehem, maar lang daarvoor, in de eeuwigheid. Steeds weer bevestigen de Schriften dat Heer Yeshua reeds de Zoon was voordat Hij in de wereld werd gezonden. Zijn Zoonschap is dus niet het gevolg van Zijn aardse geboorte, maar de openbaring van wie Hij altijd is geweest: de eeuwig Zoon van de Vader in de hemel, niet vewekt maar voorgekomen uit de God. Licht uit Licht en God uit God. Heer Yeshua is daarom de zichtbare manifestatie van de onzichtbare God. Goddelijk maar niet God (de Vader).
1 Johannes 4:9 (HSV)
Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.
Johannes 3:17 (HSV)
Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.
De Schrift maakt duidelijk dat Heer Yeshua reeds de Zoon van God was vóór de grondlegging van de wereld. Zoals Paulus over Hem schreef:
Kolossenzen 1:15 (HSV)
Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.
Paulus benadrukt eigenlijk dat de messias “geboren vóór heel de schepping” was—Hij werd voortgebracht voordat er iets anders bestond. Vervolgens werden alle dingen door Hem geschapen, als de goddelijke uitvoerder van de Vader in het scheppingswerk.
Efeziërs 3:9 (HSV)
en voor allen te verlichten wat de bediening van dit geheimenis is, dat van alle eeuwen verborgen
is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;
- Thayer’s Greek Lexicon zegt:
“Christus wordt genoemd: de eerstgeborene van heel de schepping, die door God tot bestaan kwam vóór het gehele universum van geschapen dingen.” - Barnes’ New Testament Notes over Kolossenzen 1:15 zegt:
“Het woord firstborn (prōtotokos) betekent naar aard het eerstgeboren kind van een vader of moeder.” - Jamieson, Fausset & Brown Commentaar:
“Geboren (letterlijk: ‘geboren’) vóór elk schepsel.” - Matthew Henry’s Commentary:
“Hij werd geboren of voortgebracht vóór de gehele schepping, voordat er enig schepsel bestond.”
Er was dus een tijd dat Heer Yeshua er niet zichtbaar was.
De Schrift beschrijft Heer Yeshua de messias als “het beeld van God” (2 Korinthe 4:4), “het beeld van de onzichtbare God” (Kolossenzen 1:15) en “de afdruk van Zijn wezen” (Hebreeën 1:3). Deze uitdrukkingen dragen een diepe theologische betekenis. Een beeld is per definitie niet het origineel; het is een weerspiegeling, openbaring of exacte representatie van het origineel. Een beeld dankt zijn bestaan aan Degene die het weerspiegelt. In dit opzicht is de Mashach de volmaakte en zichtbare representatie van de onzichtbare Vader—Hij drukt volkomen de natuur, autoriteit en heerlijkheid van de Vader uit—maar Hij is niet Zelf Degene die de oorsprong of bron wordt genoemd. Die rol behoort uitsluitend toe aan God de Vader.
De verhouding tussen Vader en Zoon is daarom niet symmetrisch. Zoals het onmogelijk is te zeggen dat de Vader het beeld van de Zoon is, zo is het even onjuist te beweren dat de Zoon de Vader is of dat Hij de uiteindelijke Bron van Goddelijkheid is. De Schrift reserveert de titel “de enige waarachtige God” voor de Vader alleen (Johannes 17:3), van wie de Zoon uitgaat en van wie Hij leven, autoriteit en identiteit ontvangt. De taak van de messias is de Vader volmaakt te openbaren—het beeld en de uitdrukking van God—maar niet de oorsprong van Zijn (Heer Yeschua’s) eigen bestaan.
Het Bijbelse getuigenis versterkt dit onderscheid door het overweldigende aantal keren dat Yeshua “Zoon van God” wordt genoemd—meer dan 120 maal, waarvan 47 keer met de exacte uitdrukking. Zijn goddelijk Zoonschap wordt verder bevestigd door een rijke reeks titels: “eniggeboren” (zes keer), “eerstgeboren” (drie keer), “eerstgeborene” (een keer), en “heilig Kind” (twee keer). Deze termen zijn geen poëtische metaforen, maar theologische verklaringen die duiden op een werkelijke relatie tussen Vader en Zoon—een relatie waarin de Zoon uniek is voortgebracht, afkomstig van en voortgekomen uit de Vader.
Opmerkelijk is dat verschillende passages bevestigen dat Heer Yeshua vóór Zijn incarnatie voortgebracht werd. Dit betekent dat deze titels onmogelijk alleen kunnen verwijzen naar Zijn aardse geboorte uit Maria. Ze wijzen op een hemelse oorsprong, een goddelijke voortbrenging vóór het bestaan van de wereld. Bovendien verklaren meerdere verzen expliciet dat Hij “voortgekomen is uit,” “is uitgegaan van,” of “gezonden is door” de Vader. Deze uitspraken verwijzen consistent naar een pre-existent leven in de hemel en benadrukken niet alleen Zijn zending, maar ook Zijn goddelijke oorsprong en intieme relatie met de Vader.
Zoals Eva uit Adam voortkwam, is Heer Yeshua uit de Vader voortgekomen.Goddelijk maar niet God.
Wanneer deze Bijbelse gegevens samen worden genomen, wordt de conclusie onontkoombaar: Heer Yeshua is de letterlijke, voortgebrachte Zoon van God—voortgekomen uit de Vader vóór alle schepping, Degene door wie alle dingen zijn gemaakt. Hij is niet de Vader Zelf, noch de bron van Zijn eigen bestaan, maar de stralende en volmaakte openbaring van de Vader’s heerlijkheid.
HEER YESHUA IS GOD UIT GOD DE VADER
Wanneer de Schrift spreekt over de oorsprong en zending van de Heer Yeshua, wordt een belangrijk onderscheid zichtbaar tussen God de Vader en Yeshua, de Zoon van God. De Vader is de oorsprong van alles wat goddelijk is, terwijl Yeshua van de Vader is uitgegaan, door de Vader is voortgebracht en vervolgens door de Vader in de wereld is gezonden.
Dit betekent dat Yeshua niet uit Zichzelf is ontstaan en ook niet onafhankelijk van de Vader bestaat. Zijn oorsprong ligt bij de Vader. De Vader is de bron; Yeshua is God uit God de Vader.
Dit onderscheid wordt bijzonder duidelijk in de woorden die Yeshua Zelf spreekt. Hij zegt niet dat Hij uit Zichzelf is gekomen, maar dat Hij van God is uitgegaan, van de Vader is uitgegaan en vervolgens door de Vader is gezonden.
De betekenis van “uitgaan” en “komen”
De Griekse woorden die in deze passages worden gebruikt, ondersteunen dit onderscheid. Thayer’s Greek-English Lexicon geeft onder andere de volgende betekenissen:
G1831 – ἐξέρχομαι (exerchomai)
Voortkomen, uitgaan, naar buiten komen, tevoorschijn komen.
G2064 – ἔρχομαι (erchomai)
Komen, gaan, zich van de ene plaats naar de andere begeven.
Daarmee wordt in Johannes een onderscheid zichtbaar tussen waar Yeshua vandaan komt en waar Hij naartoe komt. Zijn oorsprong ligt bij God de Vader, en vanuit die oorsprong komt Hij in de wereld om de opdracht van Zijn Vader te vervullen.
Yeshua Zelf legt dit uit:
Johannes 8:42 (HSV)
Jezus zei tegen hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en kom van Hem; want Ik ben niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
Deze uitspraak is veelzeggend. Yeshua zegt eerst: “Ik ben van God uitgegaan.” Vervolgens zegt Hij: “Ik kom van Hem.” En daarna maakt Hij duidelijk dat Hij niet uit Zichzelf is gekomen, maar dat de Vader Hem heeft gezonden. Yeshua wijst daarmee voortdurend terug naar Zijn Vader als Zijn oorsprong.
Yeshua is van de Vader uitgegaan
Ook in Johannes 16 spreekt Yeshua heel duidelijk over Zijn oorsprong:
Johannes 16:27–28 (HSV)
Want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij liefgehad hebt en geloofd hebt dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weer en ga naar de Vader.
Hier gebruikt Yeshua zelfs de woorden:
“Ik ben van de Vader uitgegaan.”
Daarmee verklaart Hij dat Zijn oorsprong bij de Vader ligt. Vervolgens zegt Hij dat Hij in de wereld is gekomen. Zijn komst in de wereld is dus niet het begin van Zijn bestaan, maar het moment waarop Hij vanuit Zijn hemelse oorsprong in de menselijke wereld kwam. Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen twee gebeurtenissen:
Yeshua ging uit van de Vader en Yeshua kwam in de wereld.
Zijn bestaan begon dus niet bij Zijn geboorte uit Maria. Zijn komst in het vlees was Zijn komst in de wereld, niet Zijn oorsprong.
De Vader heeft Yeshua voortgebracht en gezonden
Dit wordt opnieuw bevestigd wanneer Yeshua aan het einde van Zijn aardse bediening tot de Vader bidt:
Johannes 17:7–8 (HSV)
Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U is; want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven. En zij hebben ze aangenomen en zijn daadwerkelijk gaan weten dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt.
Ook hier komen dezelfde twee gedachten terug:
- Yeshua is van de Vader uitgegaan.
- De Vader heeft Yeshua gezonden.
De Vader is daarom niet slechts Degene tot Wie Yeshua bidt. De Vader is ook Degene uit Wie Yeshua afkomstig is en Die Hem Zijn opdracht heeft gegeven.
Dit verklaart waarom Yeshua voortdurend over Zijn Vader spreekt als Degene Die boven Hem staat. Hij zegt dat Hij de wil van Zijn Vader doet, de woorden van Zijn Vader spreekt en het werk van Zijn Vader uitvoert.
God is de Vader en Yeshua is God uit de Vader
Wanneer wij daarom zeggen dat Yeshua God is, betekent dit niet dat Yeshua dezelfde Persoon is als God de Vader. De Schrift laat juist een onderscheid zien:
- God de Vader is God.
- Yeshua is de Zoon van God en is van God de Vader uitgegaan.
- Yeshua draagt de goddelijke natuur omdat Hij uit de Vader afkomstig is.
Daarom kan Yeshua worden aangeduid als God uit God de Vader: Zijn goddelijke oorsprong ligt bij de Vader.
De Vader is de oorsprong; de Zoon is Degene Die uit de Vader is voortgekomen.
Dit verklaart ook waarom de Schrift Yeshua tegelijkertijd goddelijke eer en autoriteit geeft én duidelijk onderscheid maakt tussen Hem en Zijn Vader. Yeshua is niet de Vader. De Vader is groter dan Yeshua, omdat de Vader Zijn God en Zijn oorsprong is. Yeshua Zelf bevestigt dit wanneer Hij na Zijn opstanding zegt:
Johannes 20:17 (HSV)
Ga heen en bericht Mijn broeders dat Ik opstijg naar Mijn Vader en uw Vader,
en naar Mijn God en uw God.
Zelfs na Zijn opstanding spreekt Yeshua over “Mijn God” en “Mijn Vader”. Daarom moet het onderscheid worden gehandhaafd:
- De Vader alleen is God.
- Yeshua is de Zoon van God, Die van de Vader is uitgegaan.
- Yeshua is God uit God de Vader.
Het gaat dus niet om twee onafhankelijke Goden. De oorsprong van Yeshua ligt in de ene God, de Vader. Yeshua ontleent Zijn goddelijke oorsprong niet aan Zichzelf, maar aan de Vader.
BOVEN GOD DE ZOON IS GOD DE VADER
Daarom kan de verhouding als volgt worden samengevat:
GOD DE VADER
de Oorsprong en Bron
HEER YESHUA, DE ZOON
God uit God de Vader van de Vader uitgegaan
en door de Vader gezonden
De Vader staat boven de Zoon als Zijn God en Oorsprong. Toch is Yeshua niet slechts een gewoon mens of een geschapen profeet. Hij is de Zoon Die uit de Vader is voortgekomen, de Zoon Die de Vader heeft geopenbaard en Die vervolgens als mens in de wereld is gekomen.
Daarom is de kern van dit Bijbelse onderscheid:
-
-
- BOVEN GOD DE ZOON IS GOD DE VADER.
- DE ZOON IS GOD UIT GOD DE VADER.
- DE VADER IS DE BRON; DE ZOON IS UIT DE VADER.
-
